“Ik noem de oceaan altijd de ‘humblelizer’. Je kunt namelijk niet anders dan nederig zijn als je oog in oog staat met een golf van 20 meter. Toon je geen respect voor zo’n watermuur, dan blijft er helemaal niets van je over.” Aan het woord is Laird Hamilton, de allergrootste ‘big wave’ surfer van dit moment. Het leven van de op Hawaii woonachtige Hamilton staat in het teken van de oceaan. Het maakt hem dan ook niet uit of hij aan het surfen, kiten, windsurfen of paddleboarden is, hij kan niet anders dan gehoor geven aan de lokroep van het water.
Gelukkig voor ons is de ‘waterman’ ook af en toe ook het droge te vinden. Salt sprak met Hamilton tijdens een van deze schaarse adempauzes over respect voor de oceaan, zijn bezwaren tegen ‘big wave’ competities en bewust leven.
“De oceaan dwingt me altijd op mijn knieën, ze is mijn leermeesteres en dwingt me al mijn zorgen op het vaste land achter te laten. Gelukkig wel, want alleen door me 100% te focussen, kom ik iedere keer levend uit het water en ben ik in staat om mijn huidige leven te leiden. Ik zou me geen leven zonder gevaar, zonder adrenaline kunnen voorstellen. Ik sprong als 10-jarig jochie bijvoorbeeld al van 20 meter hoge rotsen de zee in. Door mezelf regelmatig te laten schrikken, besef ik dat ik leef. Ik denk dat dit gezond is en dat meer mensen dit zouden moeten doen. Het opzoeken van gevaar zit als sinds de oertijd in de genen van alle mensen, dus waarom zou ik het onderdrukken?”
Ik bevind me in een Scheveningse strandtent en tegenover me zit Laird Hamilton (43). Hamilton is op uitnodiging van zijn sponsor, het boardsport kledingmerk Oxbow, in Nederland en Salt kreeg de unieke kans om deze levende legende te interviewen. Door zowel de passie waarmee hij over de oceaan spreekt als door zijn imposante fysieke gesteldheid (Laird is 1.90 meter, weegt ruim 100 kilo en ziet eruit alsof hij zo uit een blok graniet is gestapt) begrijp ik eigenlijk meteen waarom deze Amerikaan voor surfen geboren lijkt te zijn.
Laird’s gezin verhuisde van Californië naar Hawaii toen hij nog een baby was. Op zijn tweede leerde zijn stiefvader, in die tijd een beroemde surfer, hem al surfen. Ondanks het feit dat Laird zich al sinds zijn vroege jeugd in of in de buurt van het water bevond en hij met zijn surfkunsten het respect van andere surfers afdwong, is hij altijd wars van surfcompetities geweest. “Meedoen aan surfwedstrijden is jezelf overgeven aan een subjectieve jury. En ik kan gewoon niet begrijpen hoe andere mensen mijn surfstijl zouden moeten beoordelen. Een band zoals Pearl Jam (Laird is een goede vrienden met Pearl Jam’s zanger Eddy Vedder, red.) speelt in eerste instantie toch ook voor zichzelf zonder zich zorgen te maken om wat anderen er van denken? Als ik surf, dan wil ik geen ‘kunstjes’ doen om een jury te plezieren. Ik surf om me één voelen met de oceaan en wil me hierbij niet door anderen de wet laten voorschrijven. Vooral ‘big waves’ oefenen een magische aantrekkingskracht op me uit. De ruwe kracht van een grote golf, de pure energie, het is met niets anders te vergelijken. Het is alsof Moeder Natuur je omarmt. Dit komt omdat je als surfer letterlijk en figuurlijk wordt opgeslokt door het omringende water. En weet je wat ook nog eens het mooie van surfen is? Geen golf is hetzelfde. Iedere bergbeklimmer kan bijvoorbeeld de Mount Everest beklimmen maar ik ben de enige die op een bepaald moment in tijd die ene golf heeft afgesurft.”
Door Laird’s afwijzing van het wedstrijdcircuit kon hij de afgelopen decennia zijn waterdromen achterna jagen. Zo was maakte hij begin jaren ’90 een verdienstelijk windsurfer en maakte hij daarnaast deel uit van de Hawaiiaanse ‘Strapped Crew’. Deze groep van watersportpioniers was constant bezig om op allerlei mogelijke manieren de golven af te rijden. Zo waren ze de eersten die voetbanden op hun surfboards monteerden (waardoor ze voor onmogelijke gehouden sprongen konden maken), experimenteerden ze met kites en kwamen ze op het idee om zich achter Zodiacs (later jetski’s) in de golven te laten slepen. Door deze ‘tow in’ konden Laird en de anderen plotseling golven afsurfen die tot dan toe ‘off limits’ voor surfers waren geweest. Laird: “Zowel het tow in surfen als het strap surfen heeft een nieuwe dimensie aan de surfsport toegevoegd. Het heeft er onder andere voor gezorgd dat ik een van de eersten was die op Jaws (een enorme golf voor de kust van Maui, red.) kon surfen. Later kreeg ik van andere surfers het verwijt dat surfen met voetbanden en jetski’s niet in de surftraditie past. ‘Bull shit’, want wat is het echte surfen? Zowel strap surfen en tow in surfen zijn wat mij betreft gewoon een vorm van surfen. Waarom zou ik dit niet kunnen doen? Dankzij deze kunstmatige hulp ben ik de afgelopen jaren in staat geweest om de mooiste en meest krachtige golven op aarde af te surfen.”
Een van deze golven is Teahupoo, voor de kust van Tahiti. De boomlange Hamilton durfde het in de zomer van 2000 als een van de eersten aan om deze als levensgevaarlijk bekend staande ‘reef break’ af te surfen. Door de enorme kracht van de ‘glazen’ watertunnel en de ondiepe zeebodem staat een wipe out (valpartij) hier gelijk staan aan een zekere dood. Toch slaagde Laird erin om het monster te bedwingen. Door de aanwezigheid van talloze fotograven en cameramensen werd zijn golfrit op Teahupoo legendarisch en vestigde hij voorgoed zijn naam als de ultieme ‘big wave’ surfer. “Je zult mij nooit horen zeggen dat ik de gevaarlijkste of de grootste golf ooit heb afgesurft”, aldus Laird. “Waarom niet? Als je dat soort dingen zegt, dan proberen anderen je altijd te overtreffen. De omvang van een golf is voor mij minder belangrijk dan de manier waarop ik hem bedwing. Ik zie veel surfers op een totaal onnatuurlijke of overdreven manier golven afrijden. Ze doen dit omdat ze hopen dat hun acties de aandacht van potentiële sponsors trekken. Een van de gevolgen hiervan is dat de surfers die vroeger kritiek op mijn tow in surfen hadden, zich nu zelf achter jetski’s de grootste golven laten intrekken. Dit wordt helaas nog eens versterkt door wedstrijden als de Billabong XXL (een door het kledingmerk Billabong georganiseerde ‘big wave’ competitie, red.). Het gevaar van dit soort wedstrijden is dat surfers alles op alles zetten om die ene winnende golfrit te maken, ook al hebben ze hiervoor niet de ervaring en de vaardigheden. Ik snap dan ook niet dat iemand zoals Cabrinha (Pete Cabrinha was een van de originele leden van de Strapped Crew. Hij won in 2004 de ‘Biggest Wave’ prijs door van een 25 meter hoge golf, Jaws, af te surfen, red.) aan deze wedstrijd meedoet. Ervaren surfers zoals hij zouden juist moeten weten dat je hiermee een slecht voorbeeld aan de jeugd geeft. Jongeren moeten gaan surfen omdat ze het leuk vinden en respect voor de oceaan hebben, niet omdat ze door hun leven te riskeren kans op een vette prijzenpot maken. ‘Big wave’ competities maken van het surfen een soort ‘wilde westen’; Iedereen probeert ten koste van anderen te overleven om zo kans op een premie te maken.”
Als een soort moderne versie van Neptunus probeert Laird zich de afgelopen jaren zoveel mogelijk aan de surfcommercie te onttrekken. Dankzij een paar weloverwogen sponsordeals, onder andere met Oxbow, en de productie van surffilms, waaronder ‘Riding Giants’ en ‘All Aboard the Crazy Train’, weet hij financieel aardig zijn hoofd boven water te houden. Volgens Laird zal hij nooit met bedrijven in zee zal gaan waar hij niet volledig achterstaat. “Als morgen Coca-Cola voor mijn deur staat en me een aanbieding voor 10 miljoen dollar doet, wijs ik ze toch echt beleefd de deur. Slecht eten en drinken is ‘killing’ voor je, met name voor de jeugd. Ik probeer ze juist te stimuleren om te gaan surfen en daarbij gezond te leven, dus Coca-Cola is geen optie. Mijn stokpaardje is daarom ook: ‘potatoe chips in, potatoe chips out’. Hetzelfde geldt eigenlijk voor de natuur. Wij mensen krijgen uiteindelijk de prijs betaald voor wat we Moeder Natuur nu aandoen. Je denkt toch niet dat we eindeloos de oceanen kunnen vol dumpen met allerlei afval? Doordat ik veel reis, zie ik met eigen ogen wat wij de natuur aandoen. Mensen die nooit ergens anders komen, zoals veel ‘locals’ op Hawaii of Tahiti, hebben dit veel minder door. Omdat zij zich al hun hele leven in een natuurlijk paradijs bevinden, hebben ze het idee dat hun acties geen gevolgen voor de natuur hebben. Wij als mensen zijn echter maar al te goed in staat om de natuur naar de rand van de afgrond te duwen. Tegelijkertijd besef ik maar al te goed dat het moeilijk is om een verantwoord leven te leiden. Zo krijg ik vaak het verwijt dat mijn wereldwijde zoektocht naar perfecte golven en het gebruik van jetski’s ook niet echt milieuvriendelijk zijn. Ik kan hier alleen maar tegen in brengen dat ik door schijnbaar onmogelijke golven af te surfen ook andere mensen probeer te inspireren om het ‘onmogelijke’ te doen. En het gebruik van jetski’s? Ach, als je alle jetski’s die door surfers worden gebruikt een jaar lang rondjes laat varen, dan vervuilen ze waarschijnlijk slechts een fractie van wat een gemiddelde fabriek aan milieuverontreiniging produceert. Ik wil met deze vergelijking mijn eigen acties niet bagatelliseren, ik wil alleen maar aangeven dat je op meerdere manieren verantwoord kunt leven. Zo heb ik wel een Hummer, maar deze rijdt op biodiesel. Zo eet ik niet 100% biologisch, maar ik heb wel een eigen boerderij waar ik op een zo ecologisch mogelijke manier producten probeer te kweken. Zo heb ik slechts een paar ‘groene’ surfboards, maar veel surfboards gebruik ik echt jarenlang. Een daarvan is zelfs gemaakt van aangespoeld drijfhout. Het heeft volgens mij niet zoveel zin om ons met ‘kleine’ milieuonvriendelijke zaken bezig te houden. We moeten ons focussen op structurele acties. Nationale regeringen zouden mensen moeten stimuleren en belonen om bewust te leven. Het is toch te gek voor woorden dat zaken zoals groene stroom, biologisch eten en alternatieve brandstoffen duurder in plaats van goedkoper dan ‘normale’ producten zijn? Het is toch onbegrijpelijk dat het moderne westen zijn producten in China laat maken terwijl dat land er echt alles aan doet om de natuur te verwoesten?”
De mensen om ons heen maken me duidelijk dat mijn interviewtijd met Laird ruimschoots voorbij is. Terwijl ik opsta en Laird bedank voor het gesprek, staart de surfer in gedachten verzonken naar de golven van de Noordzee. Plotseling kijkt hij me recht in de ogen en zegt: “Weet je wat mijn motto in de golven altijd is? ‘Ride to ride another day’ en niet ‘Ride if it’s your last day’. Zou het niet mooi zijn als we dit nu eens op de natuur toepassen?”
Categorieën
Auteurs
Archief
Blogroll