Floortje Dessing - Ik lijk op m'n vader

Ik weet nu al, 2006 gaat bij mij de boeken in als een van de meest drukke jaren ooit. Mijn grootste probleem is dat ik moeilijk ‘nee’ kan zeggen en dat ik een gruwelijke perfectionist ben. Geloof me, dan heb je het snel druk, veel te druk. Maar ondanks dat ik me soms tot op het bot gesloopt voel, ben ik ook ongelooflijk trots op de dingen die gelukt zijn. Vraag me niet hoe ik het gedaan heb, maar op het moment dat ik dit schrijf, heb ik praktisch mijn laatste verhaaltje van mijn nieuwe boek bij de uitgever – die nu opgelucht ademhaalt - ingeleverd. ‘25 Wereldroutes’ is bijna (eind oktober) een feit.

Toegegeven, ik zag er tegenop om aan het schrijven van dit boekje te beginnen. Mijn perfectionisme lag al weer op de loer, klaar om het hele project te laten mislukken als ik er niet voldoende tijd voor zou kunnen vrijmaken. En lukt het me om het succes van ’100 Wereldplekken’ (120.000 verkochte boekjes) te evenaren? Het was dus moeizaam om aan het nieuwe boek te beginnen. Mijn vrienden en familie hoorden bijna niet anders dan ‘ik moet nu echt gaan schrijven’. Het heeft alles met mijn eigen onrust te maken, ben altijd onderweg, kennelijk bang om iets te missen. Uiteindelijk ben ik afgelopen zomer in de auto gestapt, weg van mijn hectische bestaan in Amsterdam, en ben ik naar Zwitserland gereden waar mijn familie jaarlijks een aantal weken vlakbij de Bodensee verblijft. Ik hoopte daar onder de vleugels van mijn ouders, de rust te kunnen vinden om te schrijven. Bovendien was het heerlijk om even de tijd te hebben om met hun te zijn. Mijn zusje kwam ook nog. En wat bleek, een paar vrienden van mij waren rond diezelfde tijd in de buurt, in Friedrichshafen aan de Duitse kant van de Bodensee. Natuurlijk moest ik hun even zien en dus vertelde ik mijn ouders dat ik een dagje naar de andere kant zou gaan. Later kwam mijn vader naar me toe met de vraag: ‘wat zou je ervan vinden als ik met je mee ga’? Tuurlijk, zei ik, hartstikke leuk, en dus stapten we die dag samen in de auto om naar de andere kant van het meer te rijden. Terug zou hij dan met de boot gaan en ik zou dan nog wat langer blijven. De man is ver in de 70 maar nog zo vitaal, ook nu genoot ik ervan om hem mee te nemen. Ieder jaar ga ik ook met mijn vader kamperen op de Veluwe, samen in een tentje, wachten op de wilde zwijnen. Het is een traditie waar ik altijd naar uit kijk.
Eenmaal in Friedrichshafen vonden we een plekje op het terras direct aan het water. Mijn vrienden waren er nog niet, dus wij bestelden alvast wat te drinken en voor mijn vader ook wat te eten. Aan de overkant van het meer zagen we de zon de bergkammen paars kleuren, het was een schitterende zomeravond. Niet veel later schoven mijn vrienden aan, mijn vader genoot zichtbaar van onze gesprekken, dronk nog een koffie en besloot ons toen alleen te laten. Ik bracht hem naar de boot, aan de andere kant van het meer zou hij de trein terug naar huis nemen. Ik zwaaide hem uit zolang ik kon. Wat lijk ik op die man, dacht ik nog, nu weet ik weer van wie ik het allemaal heb; dat onrustige, dat altijd om het hoekje willen kijken, het op reis willen gaan, bang om iets te missen. Ik realiseerde me opeens waar ‘wereldroutes’ – de titel van mijn nieuwe boek – eigenlijk over moet gaan. Dat het niet gaat over de locatie, de moeilijkheidsgraad of de lengte van een route. Een wereldroute gaat over de kwaliteit waarmee je iets beleeft. De korte tijd dat ik die dag met mijn vader onderweg was, was er zo een. Toen ik terugkeerde op het terras vroegen mijn vrienden hoopvol: “en, lukt het met je boek, ben je al ver?”. Ik lachte en zei, bijna klaar! En in mijn hoofd was dat ook zo.

Het resultaat van het gegraaf in mijn geheugen kun je binnenkort lezen in het boek ‘25 Wereldroutes’. Een belangrijk deel van de opbrengst gaat naar de Stichting Share Trade die onder meer kleinschalige naaiateliers adopteert.

Wait for it...