Wereldroutes - Toubkal, Marokko

Het is 6.00 uur ’s ochtends als Ibrahim, onze gids, zachtjes op de deur van onze slaapkamer klopt: “I am here, take your time, we leave at 7.30....” Ik schuif het gordijntje opzij om te zien wat voor weer het is: knalblauwe lucht. Gelukkig, het is immers nog maar een week geleden dat de regio compleet gespoeld werd door regen en zelfs sneeuw. Het is juni! Onze kansen zien er echter beduidend beter uit. Ik spring m’n bed uit, vandaag gaat een langgekoesterde wens in vervulling, een trekking in de Atlas van Marokko.

Waar Het Atlasgebergte ligt in het noordwesten van Afrika en loopt diagonaal, van west naar oost, door Marokko, Algerije en Tunesië. De totale lengte van het Atlas gebergte beslaat ruim 1000 kilometer. De hoogste toppen reiken tot over de 4000 meter en sommige daarvan zijn eeuwig met sneeuw bedekt. De Berbers – de bewoners van de Atlas – noemen ‘hun’ bergen de ‘Idraren Draren’, wat ‘berg der bergen’ betekent.

Lengte onze trekking vond plaats in de Toubkal regio in de Hoge Atlas waar zich de hoogste pieken van het Atlasgebergte bevinden. Vanwege de bereikbaarheid (twee uur vanuit Marrakech) is dit deel ook het meest bezocht. In het hart van deze regio, in de Mizane Vallei ligt het plaatsje Imlil (1740 m) wat een ideale uitvalsbasis is voor trekkings door de Hoge Atlas. Je vindt hier voldoende accommodatie, restaurantjes en ook gidsen die je op je tocht kunnen begeleiden. Vanuit Imlil kun je diverse dagtochten maar ook tal van meerdaagse trektochten ondernemen. Een van de populaire trektochten is het Toubkal Circuit die zeven tot negen dagen in beslag neemt. Korter kan echter ook. De totale lengte bedraagt ruim 70 kilometer en de start en finish is in Imlil. Onderweg slaap je in tenten, Berber dorpjes of berghutten. Het grootste deel van de route loop je boven de 2000 meter, kruis je passen op 3000 meter en bereik je op de top van de Jebel Toubkal, op 4167 m de hoogste berg van Noord-Afrika. Bovendien passeer je een van de weinige meren die de Atlas rijk is, het Ifni meer. Wij liepen een stuk van het Toubkal Circuit.

Mijn Atlas-trekking We ontbijten in de tuin van ons eenvoudige pension, zittend op onze plastic tuinstoelen kijken we vol ontzag naar de wanden en pieken van de Atlas die ons omringen. We zijn nu al onder de indruk. Het is klokslag half 8 als Ibrahim ons wenkt dat hij wil vertrekken, we hebben een lange tocht voor de boeg. Even informeert hij nog of we een ezel mee willen nemen voor als een van ons moe wordt, maar we bedanken ervoor. Bij meerdaagse trektochten gaan ezels vanzelfsprekend wel mee voor vervoer van eten, drinken, tenten en bagage van de deelnemers.

Via de drukke ‘dorpsstraat’ van Imlil waar het leven al volop in gang is, banen we ons een weg naar buiten, evenals vele andere wandelaars. Natuurlijk worden we onderweg veelvuldig ‘uitgenodigd’ om, straks als we terug zijn, even in de winkeltjes langs te komen of om een kopje thee te komen drinken. We lachen vriendelijk terug en beloven dat we er over na zullen denken. We passeren nog een schooltje en een eerste hulp post, en al groetend (Ibrahim kent iedereen) verlaten we Imlil en lopen we het achterland in. De weg is nog breed, we worden dan ook regelmatig ingehaald door auto’s en ezelkarren die hoog opgeladen zijn met voornamelijk groenten. Maar na een uur is ook dat voorbij en duiken we echt de stilte in. Nu zijn de paadjes zo smal geworden dat we alleen nog maar achter elkaar kunnen lopen. De historie van deze paden geeft een extra dimensie aan de tocht. De paden zijn oude handelswegen waar vroeger Berbers met hun volgepakte ezels van de Sahara, dwars door de Atlas naar de in het noorden gelegen hoogvlaktes reden. De bergen zijn ronduit spectaculair. Hoge pieken, vlijmscherpe klifranden, diepe kloven en enorme plateaus tekenen het landschap af. In de boekjes lees ik dat het gesteente voornamelijk uit Jurassic kalksteen bestaat, maar ook vulkaansteen en 610 miljoen jaar oud graniet tref je hier aan. Voor mensen die verstand hebben van (edel)stenen en geologie moet de Atlas een waar paradijs zijn.

Onderweg komen we diverse groepjes wandelaars tegen, allemaal met stok in de hand en hun hoofd bekleed met lappen, afgekeken van de Berbers. Het is warm en we vervolgen onze weg naar de eerste pas. Onderweg stoppen we nog even bij het huis van Ibrahim zelf, hij nodigt ons uit voor een kopje thee. We worden warm welkom geheten door zijn vrouw en zoon. Het is een kleine berghut, binnen zitten we op een kleed, met onze schoenen uit, en drinken we thee en eten we wat zelfgebakken brood. Vanuit de ‘huiskamer’ heeft de familie een schitterend uitzicht op de met sneeuw bedekte toppen van de Atlas. Buiten lopen de geiten en de schapen. Ik benijd hun eenvoud van leven. Na een klein half uur vervolgen we onze tocht en worden we uitgezwaaid door Ibrahim’s vrouw en een huilend kind. Het jochie wil met ons mee, we hebben indruk gemaakt op hem door een aantal van onze pennen aan hem te geven.

We lopen verder en raken verzeild tussen een enorme kudde geiten en hun herder. Ook een mooi leven die man, denk ik wederom. De weg slingert zich pittig omhoog, onderweg stoppen we regelmatig om van het verbluffende uitzicht te genieten. Ibrahim wijst ons op de top van de Jebel Toubkal, de hoogste berg van Noord-Afrika die wij deze dag niet zullen bereiken. Maar naar de berg kijken is ook al genieten. Na drie uur lopen bereiken we de eerste pas, het uitzicht is haast een spirituele ervaring. Zo mooi. Bovenop de pas staat een ‘cafeetje’ waar we voor 50 eurocent gretig een flesje cola leegslurpen. Nadat de eerste dorst is gelest bestellen we ook nog thee waarmee we de ‘kroegbaas’ een extra goede dag bezorgen. Mierzoet, dat wel, Marokkanen zijn dol op suiker. Nadat we nog een tijd van het uitzicht hebben genoten, dalen we in de voetsporen van een volgepakte ezel die voor ons loopt, aan de andere kant van de berg af. Van een compleet kale omgeving belanden we in een vallei van amandel-, walnoot- en pruimenbomen, kabbelende riviertjes en het eerste Berber-dorp dat tegen de bergwand is aangebouwd. De typische huizen met platte daken vallen echter amper op, omdat ze uit exact hetzelfde materiaal zijn gebouwd als het gesteente van de bergen. Het enige dat kleur heeft is de moskee die fier boven het dorp uitsteekt. Tussen de huizen in liggen tuinterrassen die door een zelfgemaakt irrigatiesysteem nat gehouden kunnen worden. We besluiten door te lopen tot het volgende dorp voor de lunch, dat we een uur later bereiken. We worden opnieuw allerhartelijkst ontvangen door een Berber-familie en mogen plaats nemen in de huiskamer waar we ons lekker op de vloer in dikke tapijten en kussens nestelen. Tien minuten later komt Ibrahim binnen met een overheerlijke lunch bestaande uit Marokkaanse salade, tonijn, fruit, brood en thee. Terwijl we ons tegoed doen aan deze spijzen horen we buiten giechelende meisjes die vanuit de straten een blik van ons ‘vreemdelingen’ proberen op te pakken. We lachen en zwaaien naar ze. Na de maaltijd zakken we weg in een siësta van een half uur en genieten we van de stilte. Ik mijmer over een bestaan hier in deze dorpen. Hoe zou dat zijn....

Na de lunch vervolgen we onze tocht door de vallei, terwijl we langzaam maar zeker onze weg weer naar boven zoeken. Ik ben blij met mijn stok want de paden waarop we lopen liggen vol met gruis waardoor wegglijden zo is gebeurd. Na opnieuw een pittige klim bereiken we het ‘zadel’ van de berg, het uitzicht naar beiden kanten is immens en ik voel me intens nietig. Dit is ruimte waar je duizelig van wordt. Dan dalen we af, met stok in de hand want de paadjes zijn smal en steil en liggen bovendien vol met fikse stenen. Twee uur later lopen we tegen het einde van de dag Imlil weer binnen. We hebben er negen uur op zitten. ‘Normaal gesproken lopen we deze route in twee dagen”, vertelt Ibrahim ons, “en slapen we op de plaats waar wij die dag geluncht hebben.” “Maar jullie wilden graag een flink stuk lopen en jullie hadden de hele dag”, gaat hij verder. Op dat moment maakt het ons eerlijk gezegd niet meer uit, we zijn moe en blij dat we er zijn. Maar zeer voldaan en tegelijkertijd een beetje treurig om het feit dat we niet meer tijd hebben genomen om hier te kunnen zijn. Volgende keer lopen we het hele Toubkal Circuit, nemen we onszelf voor. We lopen het terras op en bestellen een overheerlijke cappuccino. Bier of welke vorm van alcohol dan ook is er in dit streng Islamitische dorp niet bij. Hiervoor zullen we terug moeten naar Marrakech, wat we de volgende dag dan ook zullen doen. Maar nu genieten we nog even van het gevoel dat de Atlas ons vandaag heeft gegeven. Op de trap zit een mannetje me te verleiden tot het aankopen van een mooie steen. Ruw aan de buitenkant, edel aan de binnenkant. Met een elastiekje er omheen houdt hij de beide helften op elkaar. Tien euro, ik ben verkocht. Straks voor thuis, ter herinnering aan een droom die werkelijkheid werd.

Tijdelijk Tibet
De Toubkal regio, direct bij Imlil werd in 1996 tijdelijk omgetoverd in Tibet toen filmmaker Martin Scorsese hier met een enorme filmcrew neerstreek voor de opnames van de film ‘Kundun’, over het leven van de Dalai Lama. De met sneeuw bedekte Atlas toppen gingen door voor de Himalaya toppen en de kasbah op de heuvel ten noorden van Imlil werd het decor voor een Tibetaanse Boeddhistische tempel, compleet met Boeddhistische monniken. Vandaag de dag kun je er als toerist overnachten en staat de kasbah op de lijst van duurzame en ecologische accommodaties. Het is niet goedkoop, althans in vergelijking met andere Marokkaanse slaapplaatsen, maar dan heb je ook wel een hele unieke en ook luxe verblijfplaats voor, met een waanzinnig mooi uitzicht op de Atlas. Wat je nog ziet uit de periode dat er gefilmd werd is het grote gebedswiel bij de ingang. Gewoon even een kijkje nemen in de Kasbah en een drankje drinken op het dakterras kan overigens ook.
Info: kasbahdutoubkal.com

Beste tijd om te gaan de beste periode om een trekking in de Atlas te doen is van mei/juni tot en met september. Eerder of later loop je de kans op slecht weer met heel veel sneeuw en regen.

Kosten wij gingen op de bonnefooi naar de Atlas en hadden dus niets geboekt. Voor twee nachten in een eenvoudig pension, inclusief ontbijt, avondeten, lunch onderweg en een gids betaalden we € 70,00 per persoon.
Info marokko.startpagina.nl, marokko.startkabel.nl

Wait for it...