A little bit of heaven fell from the sky one day They called it Ireland

Afgelopen zomer was ik voor het eerst in Ierland..... en al heel snel schaamde ik me voor het feit dat ik niet eerder had ingezien dat er een parel van een land zó dichtbij mijn eigen huis lag. Mijn hele leven lang al ben ik op reis, ver weg, dichtbij, op zoek naar dat nieuwe, dat verrassende. Ierland heb ik al die tijd letterlijk links laten liggen. Maar sinds ik er geweest ben roep ik keihard tegen iedereen: go west!


Voor een goede Guiness moet je geduld hebben, de snelheid waarmee wij in ons land een pilsje tappen is er niet bij. Guiness tappen is een ambacht, een ware kunst

De wegen zijn supersmal, maar daar waar je al blij bent dat je op de weg kunt blijven, staat aangegeven dat je gerust 100 km p/u mag rijden. De Ieren hebben echt humor.


En zo stap ik dan op een zondagochtend in Dublin uit het vliegtuig; zet mijn klok een uur terug, waardoor het helemaal lijkt of ik pas een uur geleden mijn huis verliet, en ga op zoek naar Louise van Bunk Campers. We hebben gekozen voor een campervan, het is maximale vrijheid, de wagen is compact en in Ierland mag je vrij kamperen.

Natuurlijk stap ik aan de verkeerde kant in. Links rijden, betekent rechts instappen. We zullen het die komende week nog heel vaak verkeerd doen. Ook het in zijn versnelling zetten, vooral in zijn achteruit, bleef een uitdaging.
Het is droog en de zon schijnt als we de parkeerplaats verlaten. De weg vinden in Ierland is vrij simpel, rondom Dublin ligt een ring en van daaruit vertrekken de enige drie snelwegen die het land kent. Maar wees niet verbaasd als de snelweg al na zo’n 100-150 kilometer ophoudt en overgaat in een heerlijke tweebaansweg waarop je, als je de pech hebt dat je achter een vrachtwagen of een tractor terechtkomt, vaak niet harder dan 70 km p/u kunt rijden. Conclusie: neem de tijd. Wij moeten naar Dingle, dat ligt op een van de schiereilanden aan de andere kant van het land, ongeveer 360 kilometer. We rekenen op vijf uur.

Onderweg verlaten we de N7 voor een lunchstop. We kiezen willekeurig voor een plaatsje. Het dorp is echter compleet verlaten, alles is potdicht en er is geen mens te zien. Bij een benzinepomp vragen we voorzichtig of er ook ergens een centrum is. De man begint te lachen en zegt: “dat is hier!” Op de vraag of er dan ook ergens een pub is waar we iets kunnen eten, wijst hij ons op een kroeg een paar honderd meter verderop. Daar blijken we de enige gasten te zijn en we zitten nog geen vijf minuten gebogen over de lunchkaart of de barman blindeert alle ramen en zitten we in het pikkedonker. Als hij onze verbaasde blikken ziet, legt hij uit dat er over ongeveer tien minuten een rouwstoet voorbij komt en dat je uit respect voor de overledene de gordijnen dichtdoet. In het schemerlicht van een klein peertje eten wij onze sandwich op. Na afloop vraag ik om een goede, stevige espresso maar de man legt uit dat hij niet meer heeft dan oploskoffie. Terwijl ik gruwel bij die gedachte, voegt hij er aan toe dat het moeilijk zal zijn om in Ierland goede koffie te vinden. Hmm, dat zou jammer zijn.
Een uur later zitten we weer op de ‘snelweg’, richting het zuiden. Het is vijf uur in de avond als we het populaire dorp Dingle op het gelijknamige schiereiland binnenrijden.

The Turas
De reden waarom we in deze periode (juni) in Ierland zijn is The Turas, een internationale Adventure Race die voor het eerst in Ierland plaatsvindt en de komende twee jaar ook nog hier georganiseerd zal worden. Een adventure race is, zoals je elders in dit blad kunt lezen, een race waarbij een team atleten een parcours aflegt (al hardlopend, fietsend, kanoënd, klimmend etc.) dwars door het landschap. Onderweg moeten ze diverse checkpoints passeren. Het team dat als eerste over de finishlijn komt, heeft gewonnen. In Ierland duurt deze race zeven lange dagen en nachten, waarbij de atleten 650 kilometer moeten overbruggen, in tien verschillende disciplines. Wij zijn er niet om mee te doen, maar om de Journey – Turas is Iers voor de reis – mee te maken. Een race van dit kaliber is slechts voor een beperkte groep haalbaar, maar het aantal mensen dat de race op de voet kan volgen en op deze wijze alle avontuurlijke kanten van een van de mooiste delen van Ierland kan meemaken is enorm. Er lag dus niet alleen een aantrekkelijk parcours voor de atleten, ook de kijkers, waaronder wij, trokken een week lang dwars door de ‘vingers’ van Ierland - Cork en Kerry – (leve de camper!). En zo maakten wij kennis met de mooiste plekken, deden mee aan diverse activiteiten die er onderweg georganiseerd waren en alle avonden arriveerden we weer op een nieuwe mooie plek waar weer een leuk festivalletje gaande was met altijd een leuke band en lekkere streekgerechten.

Pelgrimsroute
Die eerste ochtend klinkt om zes uur ’s ochtends, terwijl wij ons in de camper nog een keertje omdraaien, in de haven van Dingle het startschot voor de proloog van de atleten. Later die dag ontmoeten we een aantal teams op de top van Mount Brandon, die wij via het ‘Path of Saints bereiken. Dit is een pelgrimsroute die gemarkeerd wordt door twaalf enorme kruizen. De klim naar boven is schitterend, we kijken uit over de oceaan, in de verte zien we de wereldberoemde Skellig Rocks en vlak voor ons de Bay of Brandon. Over Saint Brandon gaat het verhaal dat hij de eerste was die Amerika ontdekte en niet Columbus of de Vikingen. Het is een van de eerste prachtige Ierse geschiedenisverhalen, maar zeker niet de laatste, die ik hoor. Het schiereiland Dingle staat zelfs bekend om zijn enorme hoeveelheid archeologische schatten, meer dan 2000 plekken, het hoogste aantal van heel westeuropa. Het ‘Path of Saints’ is van de parkeerplaats naar de top en terug ruim tien kilometer wandelen. Een aanrader!

Pub Food
Terug in Dingle geniet ik voor het eerst van het zogenaamde pub food waar Ierland zo bekend om staat. Highlights op de kaart zijn Fish Chowder, Irish Stew en Fish & Chips. Ik kies voor het laatste en daar hoort uiteraard een echte ‘Guiness’ bij. Voor een goede Guiness moet je geduld hebben, de snelheid waarmee wij in ons land een pilsje tappen is er niet bij. Guiness tappen is een ambacht, een ware kunst en dat kost tijd. Ik vind het lekker, maar moet toegeven dat ik de rest van de week vaker voor Murphy’s, het andere grote biermerk, heb gekozen. Later die middag vinden we in Dingle gelukkig toch een echte espressobar waar ik snel mijn caffeïne-achterstand inhaal door twee dubbelen weg te tikken.
De rest van de dag besteden we aan het op ons gemak ‘naar beneden’ rijden, naar Schull, waar de atleten hun echte start zullen hebben. Pas zondag, zes dagen later, zullen ze finishen. De route die we nemen slingert over de schiereilanden, via Killarney, door het nationale park naar Kenmare, naar Bantry en uiteindelijk naar Schull. Het is een schitterende route, word er helemaal blij van en blijf mezelf maar afvragen waarom ik dit niet eerder heb gezien.
Schull is een fantastisch havenplaatsje met een lieflijk centrum met tal van goede restaurantjes en een perfecte espressobar, tevens de enige plek waar ik die week wireless internet zal vinden. Die avond genieten we van een straatfestival. De avond is zwoel. We parkeren onze campervan op de parkeerplaats van de haven met schitterend uitzicht over de Roaring Water Bay, de vertrekplaats voor veel walvissafari’s.

Diesel duurder dan benzine

De volgende dag staan we voor het eerst aan de pomp en komen we erachter dat diesel hier duurder is dan benzine, wat volgens mij een unicum is. Over prijzen gesproken, diesel is dus duurder dan bij ons maar sommige levensmiddelen ook, waaronder vers brood. Ik stond raar te kijken toen ik € 4 voor een brood moest betalen, “ik heb er maar een hoor”, wierp ik nog, tevergeefs, tegen. Je kunt wel in euro’s betalen, in tegenstelling tot Noord-Ierland waar je nog met Ponden betaalt. Voor een Guiness of Murphy’s betaal je € 4 per glas, wel hele grote glazen. Pub food is vergelijkbaar met een eetcafé bij ons. Toevallig dat we later die week nog een discussie horen op de radio over de prijsverschillen tussen Noord-Ierland en de rest. Voor dezelfde hoeveelheid boodschappen betaal je in de rest twee keer zoveel.

From 9 till late
Van Schull rijden we naar het schiereiland Sheep’s Head aan de overkant dat een aaneenschakeling is van gehuchten, die zo klein zijn dat zodra je er in rijdt, je er praktisch ook al weer uit bent. Maar hoe klein ook, ieder dorp heeft minimaal twee of drie pubs. Het is de eerste dag dat het regent en flink ook. En dan komt de zelfspot van de Ieren naar boven. “Het regent hier maar twee keer per jaar: van januari tot juli en van juli tot januari”. We zouden die dag gaan zeekajakken in Dunmanus Bay maar het waait zo hard en ook de regen is niet echt aantrekkelijk, dus we skippen. We rijden door, op aanraden van een local – ze zijn allemaal zó aardig hier – helemaal naar de punt van dit eiland, naar het gelijknamige Sheep’s Head. Bij het bezoekerscentrum, dat gerund wordt door Bernie, parkeren we de auto. Bernie is beroemd vanwege haar homemade cookies, soups en ginger bread. Voordat we dat kunnen beamen, lopen we eerst naar de vuurtoren toe, gevestigd op het meest westelijke punt van Europa. We volgen een kronkelend pad over de rand van een woeste klif, het waait van de planeten, de zee is vol witte schuimkoppen; dit is het Ierland waarvan ik hoopte dat ik het nog zou meemaken. Geweldig! Na een uur zijn we terug, we gaan naar Bernie, maar die is al gevlogen. Ze wilde het feest dat in Kilcrohane ter ere van The Turas werd georganiseerd niet missen. Voor zoiets loopt het hele eiland uit, komen we achter. Zelfs het winkeltje waarop we lezen ‘Open from 9 till late’, is mooi om vijf uur al gesloten.
Wij besluiten om daar dan ook maar naartoe te gaan. Tussen de ruitenwissers door, die op de snelste stand staan, zien we weer wat atleten op mountainbikes voorbij komen, op weg naar de vuurtoren waar wij een checkpoint op het hek hebben zien zitten. In Kilcrohane komen we erachter waar de meeste bewoners vertoeven: bij ‘Eileens’, de populairste pub van het dorp. Terwijl we ons weer tegoed doen aan een Guiness zien we op een groot televisiescherm dat de weersverwachtingen voor de rest van de week niet best zijn.
Later vervolgen we onze weg en het is al donker als we die avond bij het Gougane Barra meer aankomen. Het regent nog steeds maar we onderscheiden de contouren van een paar flinke bergtoppen. Met het gekletter op het dak van de wagen, vallen we diep weggekropen in onze slaapzakken in slaap.

Nieuw Zeeland

De volgende morgen worden we wakker en het regent nog steeds. Maar ik besluit me er niets van aan te trekken. Er bestaat geen slecht weer, alleen slechte kleding, houd ik mezelf voor. Dus kleed ik me goed aan en trek de bergen in met een gids. Eentje die de gebaande paden negeert en dus lopen we tot aan de onze knieën door de begroeiing, volgen we rivierloopjes en worden we zo wat van de top geblazen. Maar ik vind het gaaf, wat een prachtig land is het, ik blijf het maar zeggen tegen mezelf. Later als ik beneden ben, is het droog. Na een kop soep pakken we onze boel weer in en vervolgen we onze tocht. We hebben nog geen beslissing genomen over waar we die avond zullen stoppen, maar we willen in ieder geval over de Healy Pass. Behalve dat we daar schitterend kunnen lopen, kunnen we daar ook nog wat teams voorbij zien komen. Het leuke van deze manier van reizen is dat je iedere dag je eigen ding doet. Je reist in je eigen tempo, kiest zelf de route om van A naar B te komen, doet mee aan iets of niet en ’s avonds praat je bij met de mensen die je gedurende de week steeds beter leert kennen.
Het landschap waar we doorheen reizen doet me al dagen aan Nieuw-Zeeland denken. Vanwege de uitgestrektheid, het uitzicht over de oceaan en de ruimte. De wegen zijn smal, soms zelfs zo smal dat een tegenligger domweg achteruit rijden betekent totdat je weer een wat breder stuk tegenkomt. De snelheidsbordjes hier werken op mijn lachspieren. Daar waar je blij bent dat je op de weg kunt blijven, staat gerust aangegeven dat je 100 km p/u mag rijden om je vervolgens een paar kilometer verderop te confronteren met een groot bord waarop het aantal doden staat dat er op die weg al is gevallen. De Ieren zelf lachen keihard met je mee, als je dit vertelt. “We hebben geld gekregen van de EU om onze wegen te verbeteren, maar we hebben alles opgedronken hahahahahahahaha.”
We eindigen die avond voor het eerst sinds dagen weer op een echte camping met douches en een wasmachine. Het duurde even eer we er een hadden gevonden, want Ierland is niet met campings bezaaid. We vinden een plek, bovenop een klif met uitzicht over de oceaan: room with a view. Pas als de zon helemaal onder is, gaan we slapen.

Monnikenwerk

De volgende ochtend snellen we naar Portmagee vanwaar we met de boot naar Skellig Rocks zullen vertrekken, een tocht waar ik de hele week al naar uit heb gekeken. Skellig Rocks is wereldberoemd en staat terecht op de Werelderfgoedlijst. Skellig Rocks bestaat uit twee enorme rotsen die uit de oceaan opdoemen, op zo’n twee uur varen van Portmagee. De grootste van de twee is Skellig Michael waar je bovenop de top, die 200 meter boven de zeespiegel uitrijst, de overblijfselen van een Christelijke kloosterorde uit de zesde of zevende eeuw vindt. Het ‘klooster’ bestaat uit zes hutten en een kerkje en de monniken die er woonden hebben het er zes eeuwen lang in compleet isolement uitgehouden. Contact met de buitenwereld was alleen mogelijk door naar het vasteland te roeien. Wij deden er met een speedboot ruim twee uur over en hadden een boot van deze tijd. Echt, als je er over nadenkt is het ongelooflijk. Het kleinere eiland heet, heel toepasselijk, Little Skellig en is het huis van duizenden vogels waaronder de bijzondere ‘puffin’ (papegaaivogel).
Terug in Portmagee, een geweldig vissersdorpje (check Skellig Mist voor goede koffie, muffins en scones) vraag ik me af wat zo’n geïsoleerd leven met mensen doet. Wat zouden mensen die zo weinig verleidingen gekend hebben maar wel veel ontberingen, mij te vertellen hebben en wat ik hen? Nadenkend over het antwoord verlaten we het dorp en rijden we over de ‘Golden Gate’ Valentia Island op. Ik vind Ierland al leeg, maar het kan nóg leger, kom ik op dit eiland achter. Er is een feestje bij het Lighthouse Café met een visbarbecue, kampvuur en goede Ierse popmuziek. We genieten met volle teugen van deze superavond buiten, wederom aan de rand van de oceaan. We hebben de camper weer op een A-lokatie weten te parkeren. Tot laat in de avond zien we teams van The Turas passeren die hier in de kajak stappen voor hun laatste etappe. Ik ben zelf iemand die enorm van duursport houdt, maar vraag me af of ik dit vol zou houden. Petje af, zowel voor het eerste als het laatse team.

De laatste dag van The Turas breekt aan en we gaan op weg naar de Gap of Dunloe, vlakbij Killarney en het gelijknamige Nationale Park. Dit is de plaats waar de teams zullen finishen. We slingeren door een prachtig heuvelachtig landschap, vol rotsen en verdwaalde koeien. Bij de Dunloe Golf Club komt alles en iedereen samen: atleten, organisatie, journalisten, vrienden, familie en ieder ander die een week lang, ieder op zijn eigen manier, door dit schitterende deel van Ierland heeft mogen reizen. De een heeft pijn in zijn voeten, de ander in zijn rug, knieën of hoofd. Ik heb pijn in mijn hart omdat ik Ierland weer moet gaan verlaten. Maar allemaal voelen we ook de euforie, vanwege het succes van deze eerste aflevering van The Turas, vanwege het landschap dat zoveel schatten prijsgaf en vanwege de Ieren die zoveel met ons deelden. Ierland, met recht a ‘piece of heaven’.

Info
theturas.com (check data 2009)
ierland.nl
bunkcampers.com

‘The Gaeltach’
The Gaeltach is een term waarmee de gebieden in Ierland worden aangeduid waar de Ierse taal (Gaeilge) nog als de spreektaal wordt gesproken en waar de cultuur en tradities sterk in ere zijn gehouden. Deze streken liggen verspreid over zeven ‘counties’ en vier provincies, hoofdzakelijk langs de westkust, waaronder Kerry en Cork.

Kerry Way
De Kerry Way is een compleet gemarkeerde wandelroute in Ierland, de langste van het land (215 km) en ook tevens een van de populairste. Start en finish zijn in Killarney. Je volgt de route met de klok mee en passeert alle highlights van de schiereilanden. kerryway.net

Sheeps Head Way
Eveneens een populaire wandelroute, 88 kilometer over het gelijknamige schiereiland. Deze route is er ook voor fietsers. thesheepheads.com

Tekst & foto’s: Natasha Bloemhard

Wait for it...