Vancouver 5000 BC

Olympische Spelen 2010 herinnering aan First Nations

In de wintereditie van Salt magazine (dec ‘09/ jan.’10) gingen wij in op de sporen die de oorspronkelijke bewoners van Canada, de First Nations, hebben nagelaten en waar de wereld tijdens de Olympische Spelen niet omheen zal kunnen. Voor de echte liefhebber schreef Mark van den Beld van North West Coast Trading een iets uitgebreider stukje geschiedenis



“Kunst is bijna zo oud als de mensheid, denk maar aan de grotschilderingen in Frankrijk of Spanje die tussen 25.000 en 14.000 jaar oud zijn. De kunst waar ik nu graag iets over vertel is nog niet zo oud maar heeft als gemeenschappelijk kenmerk dat ze het verhaal vertelt van de mens en zijn natuurlijke omgeving.

Zeer recent zijn wederom aanwijzingen gevonden dat de eerste mensen ruim 10.000 jaar geleden de kustlijn van Alaska (Verenigde Staten) en Brits Columbia (Canada) bewoonden. In de loop der jaren hebben deze “native people” hun kennis van de omgeving en technieken zodanig ontwikkeld dat zij in staat waren een adequate en voorspelbare voedselvoorziening te realiseren. Bepaalde inheemse stammen en families hebben door het controleren van met name visgebieden een hoge mate van welvaart kunnen bereiken waarmee een begin is gemaakt aan een hiërarchische structuur welke sterk bepalend is geweest voor de weldoordachte/uitgebalanceerde sociale structuur van de “native people” lang vóórdat de eerste blanken verschenen.

Een voor de kunstnijverheid zeer belangrijk sociaal gebruik was het organiseren van een zogenaamde “potlatch”. Bij deze gelegenheid nodigden de welvarende families andere families uit voor feestelijkheden waarbij zang en dans de boventoon voerden en de genodigden rijkelijk overspoeld werden met geschenken om aan te geven welke welvaart de familie kende. De geschenken bestond uit huisraad zoals lepels, kommen maar ook dekens en voedsel, waarbij deze gebruiksvoorwerpen veelal op ambachtelijke en kunstzinnige wijze zijn gemaakt. Maar niet alleen met geschenken toonden families tijdens de “potlatch” hun status. Ook de kunstzinnig gesneden maskers uit ceder hout, welke gebruikt werden tijdens de rituele dansceremonies, maakten duidelijk welke welvaart en status een familie kenmerkte. Buiten deze ceremoniële activiteiten was status af te lezen aan de kunstzinnige decoraties van veelal dierenafbeeldingen op de houten huizen van de bewoners van de westkust van Canada. Op deze wijze kenden de “native people” ten tijde van de middeleeuwen een uitgebreide en wereldse cultuur waarin rang en stand door indrukwekkende en verfijnde uitingen van kunstnijverheid gemanifesteerd wordt. De status bewuste nobelen onder de “native people” toonden met gepaste trots hun kunst collecties en hun voorrechten om bepaalde dierenafbeeldingen te mogen gebruiken als familiewapen.


Toen de eerste blanken verschenen aan de westelijke kusten van Noord Amerika in de 2e helft van de 18e eeuw toonden de “native people” niet alleen hun kunstnijverheid, maar getuigden zij ook van bedrevenheid in handel welke de blanke ontdekkingsreizigers op weinig andere plekken in de wereld waren tegengekomen. Deze handelsvaardigheid in combinatie met de kunstnijverheid van de “native people” staan aan de basis van de vele kunstobjecten die in latere jaren vanuit de west kust van Canada zijn vervoerd naar Europa en het oosten van de Verenigde Staten. De eerste blanken waren weliswaar voornamelijk geïnteresseerd in pelshuiden van de lokaal overvloedig aanwezige otters maar de verfijnde houtsnijwerken, de uitbundig beschilderde sculpturen, de elegante en ambachtelijke dekens en de indrukwekkende houten huizen en totempalen hebben vanaf de eerste contacten grote indruk gemaakt op de eerste blanke bezoekers.

Met de toegenomen handel in pelshuiden nam niet alleen de welvaart van bepaalde families toe, maar nam ook de vraag naar kunstobjecten en ceremoniële activiteiten toe om deze toegenomen welvaart te tonen. In combinatie met de beschikbaarheid van meer geavanceerde hulpmiddelen, zoals ijzeren messen en bijlen maar ook kleur pigmenten, waren de inheemse kunstenaars in staat meer verfijnde werken af te leveren met steeds toenemende kwaliteit. Totempalen konden steeds eleganter worden vervaardigd en vertelden op meer verfijnde wijze de verhalen en legendes van de families. De totempalen werden op deze wijze ware monumentale declaraties van de welvaart en status van de degenen die leven in de huizen achter deze palen.
Kortom, een reeds zeer ver ontwikkelde cultuur kon door de handel met de eerste Europeanen en Amerikanen uitgroeien naar een cultuur waarin nog meer verfijnde en uitgebreide kunstnijverheid een belangrijke rol speelde.


Halverwege de 19e eeuw werden de grenzen van het huidige Brits Columbia en Washington vastgelegd en werd goud gevonden in Brits Columbia. Deze ontwikkelingen trok nieuwe immigranten naar Brits Columbia die veelal afkomstig waren uit het Verenigd Koninkrijk. In tegenstelling tot de eerdere handelaren, en op basis van hun gedachtegoed dat het blanke Europese geslacht superieur is aan elk ander niet blank geslacht of ras, hadden deze immigranten de neiging neer te kijken op de “native people” en hun cultuur. De nieuwe inwoners van Brits Columbia waren dan ook slechts geïnteresseerd in het land van de eerste bewoners en toonden nagenoeg geen interesse in de oude cultuur en kunst.
Onder de immigranten waren ook vele missionarissen. Zij wilden de “native people” redden en bekeren. Onder druk van de missionarissen, politiefunctionarissen en overheden dienden de “native people” hun cultuur, tradities en ceremonies op te geven en volledig te integreren in de dominante blanke cultuur. In 1880 werd zelfs een wet afgekondigd op basis waarvan de “native people” hun culturele en ceremoniële activiteiten niet meer mochten uitoefenen op straffe van gevangenisstraf, de zogenaamde “Indian Act”. Het zal duidelijk zijn dat de komst van de immigranten, deze nieuwe wet en de zogenaamde integratie van “native people” een lelijke streep trokken door de ontwikkeling en bloei van de kunstnijverheid en cultuur van de eerste bewoners.
De enige manier om iets van de snel verdwijnende cultuur van de “native people” te bewaren was dan ook het verzamelen van diverse kunstobjecten door musea en verzamelaars. Ondanks de grote moeite en inspanningen om een aanzienlijke hoeveelheid kunst te conserveren en te exposeren in de jaren ‘20 en ‘30 van de 20e eeuw duurt het tot in de jaren ‘40 alvorens de kunstliefhebber wederom interesse toont in kunst afkomstig van de “native people” van de westkust van Canada. Geholpen door de erkening van de regering van het culturele erfgoed van alle “native people” in Noord-Amerika raken, naast kunstliefhebbers, zelfs westerse moderne kunststromingen zoals het surrealisme en het abstracte expressionisme onder de indruk van de kunst van de “native people” van Canada. Tot grote vreugde van deze nieuwe liefhebbers maar ook tot groot geluk van de inheemse kunstenaars zijn niet alle oude tradities, ceremonies en technieken verloren gegaan tijdens de onderdrukking van de cultuur van de “native people”. De oude tradities en technieken die in het geheim zijn doorgegeven aan jongere generaties zorgden ervoor dat in 1947 oude totempalen op authentieke wijze gerestaureerd konden worden en dat de liefhebber in de jaren ‘50 kon genieten van een kunstvorm die reeds oud was toen Columbus het continent ontdekte. In 1951 mogen zelfs de “potlatch” en de daarbij horende traditionele dansen en ceremonies weer worden uitgevoerd en zijn deze volgens de “Indian Act” niet langer strafbaar. Vanaf dan staat niets een volledige opleving nog in de weg.
Het duurt uiteindelijk tot in de jaren ‘60 en ‘70 alvorens jongere generaties hun artistieke tradities weer met trots en vol overgave gaan beleven en uitoefenen en in de voetsporen van hun voorvaderen treden. Zelfs ondanks de afwezigheid van vele voorbeelden uit oude tijden en leermeesters groeit de interesse en vaardigheid van de jonge kunstenaars om met de nodige vrijheid van de moderne kunstenaar voort te borduren op eeuwenoude tradities en technieken. Deze nadrukkelijke opleving van de cultuur en kunstnijverheid van de “native people”stelt de oorspronkelijke volken in staat om hun eigen geschiedenis en tradities te herbeleven en hun plek in de maatschappij te vinden. De jonge kunstenaars hebben hun herkomst niet vergeten en hopen de komende jaren nog door te gaan met het produceren van de zeer gewaardeerde hedendaagse kunst op basis van eeuwenoude technieken en tradities. En zij hopen met hun kunst de grenzen van hun cultuur te verbreden en net als in de eerste ontmoetingen met de blanke ontdekkingsreizigers op basis van wederzijds respect en aandacht voor people, planet & profit” een juiste balans te realiseren.

Ik heb deze kunstvorm als kind mogen leren kennen en waarderen, en probeer nu als kunsthandelaar/galeriehouder de kunst van de “native people” van de westkust van Canada onder de aandacht te brengen van de Europese kunstliefhebber.

Voor meer voorbeelden van de kunst kun je terecht op www.northwestcoasttrading.com

Wait for it...