Floortje Dessing - Salt #3-2009

Ik heb een fascinatie voor afgelegen plekken en de mensen die er wonen

Nieuwe ronde, nieuwe kansen. Een nieuw seizoen 3 op Reis, en dit keer bij BNN maar wel in samenwerking met Llink. Een nieuw televisieseizoen begint met het uitzetten van een nieuwe route en hoe gek het misschien ook klinkt, vind ik dit een van de leukste dingen om te doen. Het blijft voor mij bijzonder om me over de wereldkaart te buigen en te fantaseren over waar ik allemaal heen kan gaan. Maar eigenlijk was ik er al heel snel uit, dit jaar ga ik de kou in.

Ik ga de poolcirkel langs, op zoek naar bijzondere mensen in uitzonderlijke plaatsen. Een reis langs de uithoeken van deze wereld waar maar weinig mensen wonen, simpelweg omdat het klimaat er eigenlijk niet bestemd is voor ons.
De reden om juist deze reis te maken komt voort uit mijn fascinatie voor afgelegen plekken en voor de mensen die er wonen. In alle jaren dat ik nu al reis, heb ik heel wat van dit soort plekken gezien en ik blijf me erover verbazen dat mensen in staat zijn er te overleven.
Zo herinner ik me de reis met de Trans Mongolië Express. Urenlang niets te zien en dan ineens die ene Ger, een typische mongoolse tent, midden in de toendra. Zouden de bewoners sociale contacten hebben en hoe dan? Even bij elkaar op de koffie gaan is er niet bij. En hoe voeden zij hun kinderen op? Stress over de kinderopvang is voor hen een compleet onbekend fenomeen. Maar ik zal ook nooit de oude man vergeten die ik in een spookdorp in Abchazië, een de facto republiek in het noordwesten van Georgië, ontmoette. Omdat hij geen stuiver bezat en bovendien doodziek was, leefde hij in zijn eentje in een dorpje dat al jaren verlaten was. Geen levende ziel in de buurt, geen mens die zich om hem bekommerde. Met tranen in mijn ogen stond ik in zijn gammele huisje en kon niet geloven dat hij hier kon (over)leven.

De meeste mensen die in afgelegen en desolate plekken wonen, hebben daar niet voor gekozen, maar hebben simpelweg geen andere keuze. Dit geldt ook voor veel mensen die rond de poolcirkel leven, zo bleek uit mijn eerste reis die ik eind mei voor mijn nieuwe programmaserie maakte. Via het startpunt Noorwegen en het bijna failliete IJsland, belandde ik in het oosten van Groenland, in het piepkleine plaatsje Ittaqqotuurmiit. Er wonen hier niet meer dan 500 mensen, een aantal dat voor ons niets lijkt, maar in dit gebied, dat zo’n 2500 km2 groot is, is het een van de grootste plaatsen. Te koud en te zwaar voor de mens. Negen maanden per jaar winter, waarvan drie in de duisternis, dat houden er maar weinig vol. Groenland hoort officieel bij Denemarken en daarom mogen alle Groenlandse kinderen drie jaar studeren op een Deense universiteit. Je zou denken dat ze dat prima zou bevallen, zo n westers land waar ze alle keuzes en vrijheden hebben en waar het klimaat zo veel beter is. Maar in de praktijk blijkt dat er bijna geen Groenlandse jongeren zijn die blijven, veel van hen keren zelfs al na een jaar weer terug naar huis, naar de kou. De banden met het traditionele leven thuis en de families waar ze vandaan komen, zijn te hecht. Dat vind ik fascinerend en intrigerend. Over dit soort mensen en leefomstandigheden gaat mijn komende programmaserie die ik in de komende maanden ga opnemen. Ik kan niet wachten om het met mijn eigen ogen te gaan zien. En ik hoop dat je gaat kijken in september, als op zondagavond 3 op Reis weer gat beginnen.

Wait for it...