Floortje Dessing - Salt #4-2009

De ijskoude wind snijdt in mijn gezicht en met mijn verkleumde vingers trek ik mijn muts nog wat dieper over mijn oren. Met een doffe dreun botst een groot ijsschots op de romp van het schip. Ik kijk over de reling van de boeg en zie de schots vermorzeld worden door de grote stalen neus van het schip dat met onverminderde vaart doorbeukt.

Ik draai me om omdat ik cameraman Joost hoor roepen dat ik de tekst nog een keer moet overdoen omdat er teveel wind te horen was. Met enigszins verkleumde kaken doe ik mijn tekst nogmaals; deze keer is hij wel goed. We draaien nog een paar shots van de gigantische ijsmassa waar we langs varen en verdwijnen dan gauw naar binnen om op te warmen met een kop thee.
Al meer dan een week varen we rond in dit vergeten deel van de wereld: Nunavut, ook wel bekend als arctisch Canada. De regio is gigantisch groot, het beslaat bijna een kwart van Canada maar ondanks dat is het niet alleen voor de rest van de wereld, maar ook voor de meeste Canadezen zelf totaal onbekend terrein. De redenen zijn simpel: het is niet alleen heel moeilijk en duur om er te komen, het is er ook nog eens het grootste deel van het jaar onvoorstelbaar koud. De winter duurt hier minstens negen maanden, waarvan twee maanden ook nog eens volkomen duister zijn. Een week geleden zijn we hier met een vliegtuigje van de hoofdstad Ottawa naartoe gevlogen. Dat kostte maar liefst zes uur. Onderweg werden er twee tussenstops gemaakt in piepkleine nederzettingen om bij te tanken en om goederen uit te laden voor de bewoners ter plekke. Van het vliegtuig stapten we over op ons schip, de Akademik Joffe, dat twee maanden per jaar in dit gebied rondvaart en buitenstaanders een van de weinige mogelijkheden biedt om hier rond te reizen. In twaalf dagen vaar je dan van het uiterst noordelijk gelegen Resolute bay naar West-Groenland en vervolgens weer terug naar Canada.
We maken onderweg verschillende stops om gigantische vogelkolonies te bewonderen, walrussen van dichtbij te bekijken maar ook om Pond Inlet te bezoeken, een van ’s werelds meest noordelijk gelegen nederzettingen. Het is nog maar een dag geleden dat we hier hebben aangelegd, maar ik weet nu al dat het de meest indrukwekkende ervaring van de hele trip gaat worden.
Het dorp telt ongeveer 800 inwoners, bijna allemaal Inuit, de oorspronkelijke bewoners van dit gebied. Ze overleven in een streek die eigenlijk helemaal niet bewoonbaar is. Het is er veel te koud en er zijn veel te weinig middelen (vis, vlees) om van te leven. Maar begin jaren vijftig, op het hoogtepunt van de Koude Oorlog, besloot de Canadese regering dat er in dit gebied een dorp gevestigd moest worden om zo grip op de regio te houden. En dus werden er 17 Inuit families onder valse voorwendselen naar de plaats gelokt en daar letterlijk gedumpt, zonder huisvesting, voedsel of huisraad. Slechts met de grootste moeite wist men er te overleven, ook nadat duidelijk werd dat er van de beloofde terugkeer helemaal geen sprake was.
Vijftig jaar na dato sprak ik met een van de twee laatstlevenden getuigen van dit drama in haar kleine huisje aan de rand van het dorp. Ze vertelde me hoe haar ouders goedgelovig waren verhuisd, in de veronderstelling dat ze terug zouden kunnen als het niet beviel. En hoe groot de ontreddering was toen ze begrepen dat ze nooit meer terug zouden kunnen keren naar de veel vruchtbaardere gebieden waar ze ooit geboren waren. Nog steeds wellen de tranen in haar ogen op als ze zachtjes vertelt dat de Canadese regering nooit zijn verontschuldiging heeft aangeboden. Ik ben er stil van en nog lang blijven we zitten en luisteren we naar haar verhalen.
Ook dit is Canada, bedenk ik me, een stuk van het land dat bijna geen Nederlander kent. Mooi, ongerept maar waar dingen zijn gebeurd die nooit vergeten mogen worden. Daarom alleen al ben ik blij dat ik hier mag rondreizen.

Deze reis maakt onderdeel uit van de nieuwe serie 3 op Reis waarin ik langs de Poolcirkel reis. Vanaf 21 september kun je weer elke zondag kijken op Nederland 3, om tien voor acht

Wait for it...