Massale windsurfgekte in de jaren '80

Geloof het of niet, maar in de jaren '80 werden de Nederlandse wateren overspoeld met windsurfers. Surftoppers genoten dezelfde status als hedendaagse voetballers. Zo trokken internationale wedstrijden langs de Nederlandse kust makkelijk 300.000 toeschouwers.


Het bovenstaande verhaal klinkt ongelooflijk, maar zo’n dertig jaar geleden was windsurfen naast voetballen volkssport nummer één in Nederland. Vrijwel iedereen had een lange zeilplank in de achtertuin of op het balkon naast de regenpijp staan. Welke veertigplusser herinnert zich niet het geworstel met (te lang) ophaalkoord en (wiebelende) giek?
Op het hoogtepunt van de surfrage, die in de jaren ’70 vanuit Amerika was overgewaaid, vlogen honderdduizenden zeilplanken over de toonbank. Zo verkocht Ten Cate – nu bekend van ondergoed en tenten – zich in die tijd helemaal suf aan planken en zeilen. In totaal wist de slimme Twentse (kunst)stoffenfabrikant 250.000 ‘Windsurfers’ aan de man te brengen. Het gevolg was dat sloten, plassen en meren al bij het minste of geringste briesje zwart kleurden van de felgekleurde driehoekzeiltjes. De door de ANWB en NCRV georganiseerde Jongeren Surfdagen trok tienduizenden deelnemers en zorgden de voor een complete verkeerschaos. Het grote publiek moest tot 1983 wachten voordat het zich in Scheveningen aan de kunsten van windgoden als Robby Naish, Stephan van den Berg en Martine van Soolingen kon vergapen.


Plankenkoorts
In dat jaar sloeg het rondreizende World Cup surfcircuit namelijk zijn tenten in Nederland op. Eerst in Scheveningen later in Zandvoort en Kijkduin. Als een magneet werden de aan windsurfen verslaafde Hollanders naar deze wereldbekerwedstrijden getrokken. Met open mond keek het publiek naar de capriolen van exotische surftoppers als Alex Aguera, Jenna de Rosnay en meervoudig wereldkampioen Robby Naish. Toch was het de uit Hoorn afkomstige Stephan van de Berg die de surfgekte echt deed losbarsten. In 1984 won de 22-jarige Noord-Hollander in Los Angeles het eerste Olympische windsurfgoud ooit. Windsurfshops, die als paddenstoelen uit de grond sprongen, konden die zomer de vraag maar nauwelijks bijbenen. Mensen stonden op zaterdagmorgen letterlijk in de rij om (peperdure) surfspullen te kopen. Het hek was volledig van de dam.

Compleet gekkenhuis
In de herfst van 1985 veranderde Kijkduin negen dagen lang in een compleet gekkenhuis. Aangetrokken door de goed gevulde prijzenpot van sponsors als O’Neill, Quiksilver en Pall Mall – sigarettenfabrikanten behoorden jarenlang tot het vaste clubje geldschieters – trok de crème de la crème van de wedstrijdsurfers naar de Zuid-Hollandse kustplaats. Daarnaast wilden ze wel eens met eigen ogen wel eens zien of de geruchten klopten dat in Nederland tienduizenden mensen op wereldbekerwedstrijden afkwamen.


Wat ze in Kijkduin aantroffen, overtrof hun stoutste verwachtingen. De boulevard was over een lengte van een paar honderd meter in een compleet surfcircus omgetoverd. Alle grote windsurfmerken hadden hun stand (zeecontainers) ingericht als Formule 1-achtige pitsen, compleet met dranghekken om de windsurfsterren tegen al te opdringerige handtekeningenjagers te beschermen.
Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat zag het zwart van de mensen die behalve handtekeningen ook jaagden op zuurstokroze surfjacks , blitse T-shirts met fluorescerende afbeeldingen, stickers en posters. Er stonden zelfs dranghekken in de zee om ervoor te zorgen dat de anders zo nuchtere Hollanders tijdens wedstrijden niet massaal als Lemmingen de zee in renden. In totaal zou het evenement ruim driehonderdduizend mensen trekken. Ook in de jaren die volgden behoorden de Nederlandse stops tot de hoogtepunten van het wedstrijdcircuit.

Storm geluwd
Begin jaren ‘90 was het plotseling gedaan met de World Cups in Nederland. Media en sponsors vonden dat de sport beter in warme en kleurrijke oorden als Hawaï, Gran Canaria of Aruba uit de verf kwam. Beelden van coole surfers in azuurblauw water deden het beter dan grauwe Hollandse golven. Daarnaast was de plankenkoorts behoorlijk afgezwakt. Steeds meer windsurfers van het eerste uur baalden ervan dat het gros van de merken de markt overspoelden met een overdaad aan prijzige materialen – die ook nog eens veel te gespecialiseerd waren voor de gemiddelde huis-tuin-en-keuken-surfer. De surfstorm was voorgoed geluwd.


Wait for it...