Reisverhaal: Mountainbike Safari Tirol

Op safari in Tirol? Jawohl! Op mountainbike safari welteverstaan. Dankzij een uitgekiend netwerk van paden kun je sinds vorig jaar 780 kilometer lang door het kitscherig mooie hart van de Alpen trappen. Zware opgave? Mechanische doping in de vorm van 22 liften zorgt ervoor dat ook mindere klimgoden bergen kunnen verzetten. Salt redacteur Ard Krikke nam de proef op de som en reed drie zonovergoten etappes.


Lukas Gerum zegt niet bijster veel. De goedlachse mountainbike gids laat liever zijn benen spreken. Als een lichtvoetige steenbok stuift hij over de hellende weg omhoog. Normaal gesproken pik ik klimgeiten er zo uit. Ze zijn meestal in een strak fietspak gestoken, gezegend met gespierde plofkuiten en hebben vaak praatjes voor tien. Lukas niet. Met zijn knalblauwe bikeshort, wapperende shirt, vale skateschoenen en wilde haardos ziet hij er eerder uit als een surf dude die in de bergen is verdwaald. Zijn vormloze spillebenen lijken echter totaal geen last te hebben van de zwaartekracht. Hoewel we Nauders, het 1.400 meter hoge startpunt van onze driedaagse mountainbike safari in het zuidwesten van Tirol, amper achter ons hebben gelaten, wordt het krachtsverschil nu al pijnlijk duidelijk. Lichte twijfel sluipt mijn hoofd binnen. Vandaag staat onder meer een klim naar 2.177 meter hoogte op het programma. Heb ik vanochtend vroeg teveel eieren met spek gegeten? Staat mijn verende terreinfiets wel goed afgesteld? Of moet ik als laaglander gewoon nog aan de hoogte wennen? “Maak je geen zorgen”, zegt Lukas vrolijk. Hij schakelt een tandje lichter en komt relaxed naast me fietsen. “De lift verderop brengt ons in één klap naar de top. Daarna gaat het vooral downhill.” Grijnzend: “Misschien ging ik ook wel iets te hard van stapel.”


780 kilometer lange safari
Niet veel later komen we bij Bergkastelseilbahn Nauders aan. “Servus. Jullie zijn vandaag mijn eerste klanten”, begroet de liftbediende ons joviaal. Nog voor we goed en wel door de toegangspoortjes zijn heeft de man zich al over onze bikes ontfermd. Met een soepele zwaai parkeert hij de tweewielers in de glimmende cabine. Ik doe mijn rugzak af en neem samen met Lukas plaats op een van de geruite stoffen bankjes. Een paar tellen later zweven we geruisloos door de ijle berglucht. Met een ietwat onwerkelijk gevoel kijk ik om me heen: zit ik nu echt met een lompe mountainbike in een smetteloos schone gondel? Was er zojuist echt geen kip bij de liftpoortjes te bekennen? Draaien de liften echt op volle toeren voor een handjevol fietsers? Toegegeven, het is een doordeweekse dag en nog net voor het begin van de zomervakantie. In het weekend en midden in het hoogseizoen (juli, augustus) is het volgens Lukas wel ietsje drukker. Vergeleken met de wintersportdrukte stelt het echter allemaal geen bal voor. Om het verschil in vraag en aanbod enigszins recht te trekken sloegen het Tiroolse Toeristenbureau, verschillende lifteigenaren en lokale grondbezitters een paar jaar geleden de handen ineen. Het resultaat van deze saamhorigheid heet inmiddels Tirol Mountain Bike Safari: een 780 kilometer lang routenetwerk voor bergfietsers, waarvoor bestaande trails aan elkaar gelust zijn, onderverdeeld in 16 etappes die in lengte variëren van 32 tot 70 kilometer. En dankzij 22 aangesloten liften – gondels en stoeltjes, soms met speciale fietsophanghaak – kunnen ook minder geoefende mountainbikers in de bergen fietsen. Elke etappe start bij een lift in een van de aangesloten plaatsen die je naar het hoogste punt brengt. Op deze wijze omzeil je al de helft van de 32.000 hoogtemeters die de totale safari telt. Eenmaal boven pik je de route op en fiets je golvend, klimmend en dalend door de Alpen naar beneden richting de volgende stopplaats. Onderweg kom je regelmatig op punten waar je de keuze kunt maken tussen de makkelijke of de moeilijke weg naar beneden, vergelijkbaar met het skipistesysteem.


Over uitgesleten geitenpaadjes
Eenmaal boven ontvouwt zich onder de kraakheldere zomerhemel een kitscherig mooi tafereel. Afgevlakte bergtoppen met her en der plukjes sneeuw. Knalgroene bergweides vol wilde bloemen. Nieuwsgierige koeien met klingelende bellen. Het is bladstil en de zon regent witgoude stralen. Frisse berglucht vult mijn longen. Het is alsof ik in een leeggelopen sneeuwbol verzeild ben geraakt. Ook Lukas geniet zichtbaar van het uitzicht. “Het mooie van de bergen is dat ze geen zier geven om wie of wat je bent. Zakenman, ingenieur, mountainbike gids of journalist, voor hen is iedereen gelijk”, filosofeert hij hardop. “Respect is waar het hier omdraait.” Dan iets minder zweverig: “Als we zo naar beneden gaan, hebben we de keuze tussen een makkelijke en een moeilijke afdaling. De relatief makkelijke chicken way rolt over vrij brede grindpaden naar beneden. Vergelijkbaar met een blauwe of groene skipiste. Ideaal voor minder ervaren mountainbikers. Ga je voor de zwarte optie, dan houden rotsblokken, boomwortels, messcherpe bochten en steile passages je voortdurend bij de les. Aan jou de keuze.” Rotsvast overtuigd van mijn vaardigheden in het terrein kies ik voor de pittige downhill.


De eerste paar kilometer zoeven we over knerpende kiezels, uitgesleten geitenpaadjes en de hoogvlakte Plamort vol met bunkers en tankversperringen uit de Tweede Wereldoorlog, ontspannen naar beneden. Richting de fonkelende Reschensee, net over de grens in Italië. Plotseling duikt Lukas door een opening in het bos naar beneden. Halsoverkop volg ik hem. Meteen word ik opgeslokt door een kluwen bomen. Het brede pad heeft plaatsgemaakt voor een smal boomworteltapijt waarover ik als een dolle naar beneden slinger. Gelukkig heeft mijn trail bike meer demping en remkracht dan een doorsnee crossmotor. Remmend, sturend en balancerend laat ik me door het dichtbegroeide woud naar beneden vallen. Ik schreeuw van plezier. Hoewel ik als fanatiek mountainbiker vrij vaak in de bergen heb gefietst, moet ik halverwege de afdaling alle zeilen bijzetten om niet van mijn bokkende ros te stuiteren. Uiteindelijk kom ik met kokende remmen en verzuurde armen heelhuids beneden. Een brede lach op mijn gezicht. “Dit was eerlijk gezegd best een pittig stuk”, bekent Lukas met gevoel voor understatement vanachter zijn spiegelbril. De rest van de 49 kilometer lange route verloopt een stuk gemoedelijker, op een vrij lange asfaltklim in de buurt van Reschen uitgezonderd na dan. Via karrensporen, houten vlonders en een strak fietspad langs de snelstromende Inn peddelen we moeiteloos naar Pfunds, ons einddoel van vandaag.


Mechanische doping
De volgende dag – van Pfunds naar het noordelijk gelegen Landeck – staat een 54 kilometer lange etappe op het programma. Tot aan het dorp Tschupback volgen we eerst de eenvoudige Innradweg. Wederom is het landschap onecht mooi. Het door bergen ingeklemde dal met houten boerderijen, golvende weilanden, stokoude schuren en witgepleisterde kappelletjes lijkt op een tot leven gekomen wandelstokschildje. Het fietsen gaat als vanzelf. Totdat opeens de scherprechter van vandaag opdoemt: een ongezond lange haarspeltklim naar Serfaus, het bekende skidorp op 1.429 meter hoogte. Het eerste deel van de met Schötter bezaaide weg is zo steil dat ik mijn neus op het stuur moet drukken om niet achterover te kieperen, terug het dal in. Ik zit zo diep dat mijn tong bijna het voorwiel raakt. Als een pikkende scharrelkip zigzag ik omhoog. De pezige spillebeen voor me lijkt nergens last van te hebben. Met het gemak van een profrenner vliegt hij tegen de berg op. Gelukkig vlakt de weg na een paar kilometer af en zakt mijn hartslag weer naar normale waardes. Ik kijk om me heen. Het uitzicht is idyllisch: bergpieken, steile afgronden, bossen, meren. In het uitgestorven Serfaus gaat de klim eenvoudig over asfalt verder naar het dalstation van de Schönjochbahn in Fiss. Ook hier worden de bikes door een übervriendelijke liftmedewerker probleemloos in de propere gondel gezet.
Ofschoon het een beetje voelt als mechanische doping, ben ik toch blij als ik een paar minuten later fris en fruitig op ruim 2.300 meter uitstap. “Waarom moeilijk doen, als het makkelijk kan?”, leest Lukas mijn tegenstrijdige gedachten. “Dankzij bergliften kan iedere biker die over een redelijk conditie beschikt de Alpen intrekken. Want of je nu wel of niet op eigen kracht omhoog klimt, het euforische gevoel dat de bergtoppen oproepen, blijft hetzelfde. En klimmers komen sowieso wel aan hun trekken.” Ik kijk om me heen. Overal zie ik waanzinnige vergezichten. Hier geen lawaaitoeristen of ronkende toerbussen, hooguit een paar eenzame wandelaars. Ik moet mijn gids gelijk geven.


Spijkerbed
Ondertussen heeft zich een pak grommende wolken boven de 2.491 meter hoge Schönjochl verzameld. Hoogste tijd om onze biezen te pakken. Lukas waarschuwt dat de zwarte downhill voor mij waarschijnlijk net iets te hoog gegrepen is. Omdat ik als polderbiker niet vies ben van een avontuurtje, kies ik voor de weg van de meeste weerstand. Al snel blijkt dat de dappere durfal geen woord teveel heeft gezegd. De singletrack kronkelt via een steile bergkam, de Naggalunsteig, de diepte in. Lukas legt uit hoe ik het beste te werk kan gaan: “Op de pedalen staan, gewicht naar achteren, de juiste lijn kiezen, niet teveel de voorrem gebruiken en laten lopen waar het kan.” Om het goede voorbeeld te geven gaat hij voorop. Als een volleerd trial biker springt hij van steen naar steen. Soms stapvoets, dan weer snel. Volledige controle. Geconcentreerde blik. Geen greintje angst. Als hij uit het zicht is, stap ik ietwat gespannen op. De eerste paar honderd meter gaan boven verwachting. Staand op de pedalen laveer ik zorgvuldig om de grootste keien heen. Makkie. Bij de eerste switchback (haakse bocht) gaat het plotsklaps mis: ik knijp iets te driest in de voorrem en vlieg over het stuur heen. Met een klap land ik in een spijkerbed van puntige stenen. Door de adrenaline veer ik als een tegen het canvas geslagen bokser weer overeind. Enigszins versuft check ik of mijn ledematen nog heel zijn. Ik lach de schrik van me af. Om nieuwe halsbrekers te voorkomen verwisselen we het gedurfde rotspad voor een gemoedelijke kiezelweg. Aan de voet van de berg pikken we de onverharde Via Claudia Augusta op: een 2000 jaar oude Romeinse weg die op zijn dooie akkertje door weiland en bos naar Landeck golft. Schilderachtige paadjes wisselen elkaar hier in rap tempo af. In een stofwolk scheuren we kilometers lang joelend achter elkaar aan.


Cruisen
Ook de laatste dag van onze zomerse safari hebben de weergoden er zin in. De wolkeloze lucht staat strak over de bergwereld gespannen, het ochtendgloren vult het Oberinntal met nevelig licht. In tegenstellig tot de vorige twee dagen, waar alles draaide om fraaie vergezichten, adembenemende afdalingen en kuitenbijtende klimmen, voert de derde etappe ons vandaag grotendeels over asfalt. Op ons gemak cruisen we richting het 32 kilometer verderop gelegen Imst. Mijn lijf is na de knal van gisteren gehuld in een korset van pijn. De benen voelen daarentegen wonderbaarlijk goed. Zo goed zelfs dat ik sta te popelen om de hemel weer te bestormen. Uit ervaring weet ik inmiddels dat je een paar dagen nodig hebt om iets van klimmersbenen te kweken.
Als we ter hoogte van het plaatsje Auwerk onder de snelweg doorduiken rijst de laatste klim intimiderend voor ons op. Al vrij snel wordt de weg onverhard en fietsen we het bos in. In een poging Lukas bij te houden geef ik nog één keer alles. Ik duw, ik trek, ik sleur. Maar hoe ik mezelf ook het snot voor de ogen rijd, ik kom geen stap dichterbij. De surf dude freewheelt jaloersmakend makkelijk omhoog. Pas als hij net buiten Imst, bij een watervalletje, in de remmen knijpt haal ik ‘em in. Van ellende hang ik over het stuur van mijn mountainbike. Ik voel me net een leeggeknepen tube tandpasta: alle restjes kracht uit mijn lange lijf gepeurd. “Lang niet slecht voor een laaglander”, lacht hij. “Ik ben benieuwd hoe ik het in de Hollandse polder zou doen. Waarschijnlijk zit ik dan in jouw slipstream.”


Meer info

Ondanks dat je als mountainbiker overal in Tirol kunt fietsen biedt de Tirol Mountain Bike Safari je de mogelijkheid om het hele gebied te verkennen. De samenwerkende partijen hebben voor de safari de beste trails geselecteerd en deze aaneengeregen tot één route. Let wel; de Tirol Mountain Bike Safari is geen kant-en-klaar product. Je zult zelf je hotels moeten boeken, zelf bagagetransport tussen de etappeplaatsen moeten regelen, zelf een speciale Bike Schaukel liftpas, een puntenkaart variërend van gebruik voor een dag tot de volledige lengte van 16 dagen en 21 ritten, moeten kopen en zelf je weg moeten vinden. Dit laatste heeft in de praktijk nogal wat voeten in de aarde. Omdat de tocht niet met speciale safaribordjes is gemarkeerd – je volgt delen van al bestaande mtb- en fietsroutes – is het een vereiste om vooraf aandachtig de routebeschrijving te lezen. Ook is het handig om de overzichtskaart Bikeschaukel Tirol en de gedetailleerde kaarten 3-Länder Bike & Gondeltouren (Nauders) en Bike Dorado (Landeck, Imst) bij de hand te houden. Een stuk makkelijker is het om met een gps op pad te gaan. Kwestie van kaarten downloaden (gratis) en gaan. Of je trekt net zoals ik met een gids de bergen in. Informeer hiervoor bij het plaatselijke toeristenbureau naar de mogelijkheden.

Bovenstaand reisverhaal hebben we uit de 2016 zomereditie van van Salt magazine geplukt. Meer leuke verhalen lezen? Haal nu Salt via de Salt Shop in huis.












Tekst: Ard Krikke
Beeld: Jantjeerd ten Hoeve & Ard Krikke

Wait for it...