Best of 2018 - Close to Nature

afkomstig uit Salt #68 (zomer 2018)

Handenwrijvend staat Moeder Natuur ons dit voorjaar in Dalsland, West-Zweden op te wachten. Met in haar hand twee stevige schoonmaakmiddelen: eerst een onderdompeling van 72 uur in een glazen hut op een eiland en dan drie dagen zwerven over een pelgrimspad. Krachtig genoeg, weet zij, om onze dagelijkse waan in een week tijd moeiteloos uiteen te laten spatten.


“Zijn jullie er al?”, hoor ik Maria door de telefoon zeggen. “Dan ga ik ogenblikkelijk Staffan uit zijn schuur halen om jullie op te halen. Tot zo!!” Zittend op de steiger aan de rand van het enorme meer Ånimmen wachten we op een teken van leven van de overkant, waar het eiland Henriksholm zich lui in het ochtendzonnetje uitrekt. Niet veel later legt Staffan zijn motorboot klotsend tegen de steiger aan en helpt hij ons aan boord. Ondertussen verontschuldigt hij zich voor de losgeslagen balk die zich dankzij een ketting nog net aan de steiger weet vast te houden. “Vier weken geleden lag hier nog sneeuw en ijs en die hebben de steiger een beetje gekraakt. Ik moet het nog maken”, zegt de olijke Zweed. In minder dan vijf minuten bereiken we Henriksholm waar Staffan zijn ‘ferry’ in een boothuis schuift – pas op voor je hoofd!! - dat eveneens op zijn klussenlijst voorkomt. Lachend slingert hij onze tassen op een aanhanger, klimt in het zadel van zijn quad en scheurt weg. “Ik zie jullie bij het huis, tot zo”, en weg is hij. Als wij tien minuten later boven aankomen, worden we ontvangen door Maria die ons met de typische Zweedse fika (koffie met taart) begroet. We schuiven aan de tafel die onder een boom in de tuin staat aan en geven het uitzicht, de vogelgeluiden en de rust alle kans om ons stevig vast te grijpen. Staffan legt een geplastificeerde kaart op tafel met daarop een tekening van het eiland en vraagt: “waar lijkt dit op?”, wijzend op de langgerekte vorm. Tja, waar lijkt het op? ‘Klein Zweden’, helpt Staffan mij. En verdomd, het eiland heeft inderdaad de vorm van Zweden zelf. “Soms zeg ik tegen Maria, “ik ben even naar Stockholm (in het zuiden) en rijd daarna gelijk even door naar Kiruna ‘helemaal’ in het noorden. Zelf wonen we in het Westen.” Haha, de man is duidelijk in zijn nopjes met zijn eigen grapjes over het eiland dat al sinds de 14e eeuw in privéhanden is. “Ik ken dit eiland al sinds mijn tienerjaren. Een jeugdvriend sleurde me ooit mee voor een kampeernacht op Henriksholm. Ik was gelijk verliefd op de plek”, glundert hij. “Later, toen ik Maria ontmoette en we net verkering hadden, nam ik haar mee naar dit eiland en droomden we ervan hier ooit te wonen. Dat dit écht ooit zou gebeuren, hadden we nooit verwacht. Maar sinds 1990 is het eiland ons eigendom.” “We zijn er alleen in de zomer hoor”, vult Maria aan, “in de winter is het hier veel te koud en is het huis niet te verwarmen.”

Groene vlek
Op Henriksholm – dat 100 hectare land telt die over een lengte van 12 kilometer en op het breedste punt een paar honderd meter zijn uitgesmeerd - staat behalve het woonhuis (met 8 slaapplaatsen) van Staffan en Maria, een hagelnieuwe werkschuur, een saunahut, een paviljoen, een boothuis en nog twee bouwvallen. Op de noordpunt ligt een privé veerpontje aan de ketting waarmee ze af en toe met de auto naar het vasteland kunnen, maar meestal gebruikt het stel de motorboot die recht voor de deur ligt, en rijden ze verder met de auto die aan de overkant geparkeerd staat. Henriksholm is eigenlijk één grote groene vlek met heel veel bossen en in het midden een open vlakte waar een kleine kudde Schotse Hooglanders graast en hertjes af en toe sprintjes trekken. “Het waren er veel meer”, zegt Staffan enigszins bedroefd, “maar afgelopen winter is er een lynx over het ijs naar het eiland gelopen en heeft zowat de hele kudde opgepeuzeld.” Daarnaast is er veel luchtverkeer boven Henriksholm. Talloze vogelsoorten (waaronder twee visarenden die dagelijks op Max Verstappen-snelheid over en langs het eiland scheren) gebruiken het eiland zowel als wegrestaurant, landingsbaan als broedplaats.
Voor Maria en Staffan, die beiden jaren eerder afscheid namen van hun actieve werkcarrières, is dit decor hun dagelijkse werkelijkheid en van verveling is geen sprake. “Er is altijd wel wat te klussen”, zegt Staffan. “Bovendien ontvangen we in het huis soms ook groepen die hier een workshop of een zakelijke bijeenkomst willen houden.” Sinds vorig jaar is hier een project bijgekomen dat in no-time viraal ging over het internet: The 72 Hour Cabin.


72 Hour Cabin
Om de effecten van de natuur te ontdekken, ontwikkelde de toeristenorganisatie West-Zweden in september 2017 een zogenaamde ‘case study’ waarvoor vijf mensen werden uitgenodigd. De overeenkomst die ze hadden was dat ze allemaal in grote steden wonen én een drukke, stressvolle baan hebben. De vijf bestonden uit een bekende televisieproducent (Ben Fogle) uit Londen, een taxichauffeuse uit Parijs, een evenementenorganisator uit New York, een reisjournalist uit Londen en een politieagente uit München. Samen met diverse onderzoekers die zich bezighouden met de effecten van stress op de gezondheid, en een cameraploeg die alles vast zou leggen, toog het team vorig najaar naar Henriksholm voor een verblijf van 72 uur in de natuur. Gaby Hain, marketingverantwoordelijke voor Dalsland, legt uit: “het idee van de 72 Hour Cabin leefde al een hele tijd bij ons. Inmiddels zijn er wereldwijd talloze boeken geschreven over de helende werking van de natuur en als Zweden ergens veel van heeft, dan is het wel van ongerepte natuur. Vandaar dat het idee ontstond om hier in Dalsland een plek te creëren waar mensen gedurende 72 uur helemaal op kunnen gaan in de natuur, zónder afleiding van buitenaf. Op Henriksholm vonden we de ideale locatie waar ook opeens alles op zijn plek viel. Zo bleek de dochter van Staffan en Maria, Jeanna Berger, net haar studie architectuur te hebben afgerond. Het ontwerpen van de hutjes op het eiland waar ze zelf een groot deel van haar kindertijd heeft doorgebracht, was voor haar een droomopdracht.”
Het plan bestond uit vijf glazen huisjes die verspreid over het eiland zouden komen te staan. Elk huisje moest ruimte bieden aan twee personen. “Het ontwerp van de cabins moest een eerbetoon aan mijn jeugd hier op het eiland zijn”, vertelt Jeanna. “Zo liet ik me voor de basis ervan inspireren op de typische Dalsland schuurtjes waarin ik als kind altijd speelde. Om een zo’n klein mogelijke voetafdruk op de natuur te drukken, zette ik het huisje wel op palen. Bovendien stimuleert de verhoging speelsheid die in een ieder van ons schuilt, hoe oud je ook bent. Je moet erin klimmen alsof je in een boom klimt, zoals ik vroeger ook graag deed. De wanden en het dak, op de deuren na, zijn van (plexi)glas met als doel een zo groot mogelijke verbinding met de natuur te realiseren. De inrichting bestaat uit niet meer dan een (goed) tweepersoonsbed, een badjas, een handdoek, wat kaarsjes, een doosje lucifers en een stoffer en blik waarmee je bosrommeltjes uit je hut kunt vegen. Voor wie toch liever ’s avonds de gordijnen dichtdoet, vindt deze opgerold in een emmertje naast het bed.”

Life changing
Alle vijf deelnemers van het experiment kregen een eigen huisje toegewezen die allemaal op loopafstand van elkaar op de zuidelijke helft van het eiland zijn geplaatst. Voor eten, drinken, douche en toilet konden ze naar het paviljoen lopen dat vlak naast het huis van de Bergers, op tien minuten lopen, staat. Hier konden de deelnemers elkaar ook ontmoeten. Voor de rest was iedereen benieuwd naar wat 72 uur totale blootstelling aan de natuur en overlevering aan jezelf met je fysieke en mentale gestel zou doen. Slapen, lezen, wandelen, kampvuurtje maken, zwemmen, roeien, kajakken of een hengeltje uitwerpen; waren zo de activiteiten waarmee de deelnemers, die normaal gesproken door hun drukke agenda’s worden gestuurd, zich bezig konden houden. De resultaten logen er niet om. Na 72 uur bleken de stressniveaus van alle deelnemers met maar liefst 70 procent te zijn gedaald, was zowel de bloeddruk als de hartslag verlaagd, bleek de creativiteit een flinke boost te hebben gekregen en voelde iedereen zich echt een heel stuk beter. Voor sommigen was het zelfs een life changing ervaring, zoals voor de man uit New York, Baqer Kehwani, die zelfs nog nooit een open vuur mee had meegemaakt. En de Parijse taxichauffeuse, Marilyne Didier, die zich nooit had gerealiseerd dat échte stilte angstig kan zijn maar dat je dit ook kunt overwinnen.
Gaby: “het was een interessante case, ook omdat de mensen onderling na die periodes van alleen zijn de waarde van het sociale contact weer heel anders, veel positiever, beoordeelden.
Nu de proefkonijnen allemaal naar huis zijn, zijn de vijf cabins beschikbaar voor iedereen die nieuwsgierig is – of er domweg aan toe is – naar de weldaad van een bosbad van 72 uur. En zo belandden Angelique en ik begin mei op het eiland.

Stilte
“Zijn jullie klaar voor het avontuur?”, vraagt Staffan ons terwijl hij zijn kopje leeg terugzet op tafel. En of! “Begin dan maar vast met lopen”, wijzend naar rechts waar we een pad in het bos zien verdwijnen. Gewoon blijven volgen, tot je het water ziet. Hier sla je linksaf, het pad vervolgen en dan loop je vanzelf tegen de eerste cabin aan. Als je tegen een boom die dwars over het pad ligt aanloopt, ben je te ver doorgelopen. Voor de andere cabin moet je even door het bos steken. Jullie maken zelf maar uit wie waar gaat ‘wonen’. Ik kom wel achter jullie aan met jullie tassen.”
We beginnen met lopen. Onderweg worden we begeleid door een concert van vogelgeluiden, draaien ontelbare wilde bloemen – met name bosanemoontjes en wilde violen, zo leren wij later – hun kleurrijke haardosjes nieuwsgierig naar ons omhoog en vinden we her en der stukken hertenvacht op de paden als stille getuigen van de massamoord van de lynx. En dan opeens doemt de eerste cabin voor ons op, een designpareltje, middenin de natuur. Ogenblikkelijk stoppen we met kletsen, wat we tot dan toe nog onafgebroken hadden gedaan. Maar Moeder Natuur maant ons tot stilte. We klimmen op de rand van het huisje, gaan zitten, laten onze benen bungelen, zwelgen in de zon en voelen hoe de natuur ons flink koppie onder duwt. Het geronk van de quad prikt onze bubbel lek. Het is Staffan die de tassen komt brengen. Ook krijgen we terloops nog tekst en uitleg over het maken van vuur op de hiervoor aangewezen vuurplaats, vertelt hij dat het water in het meer zo schoon is dat je het gewoon kunt drinken, zegt dat de roeibootjes en kajaks klaarliggen bij het boothuis, dat we hengels kunnen pakken en wijst hij ons nog even op het tien kilometer lange wandelpad dat helemaal rondom het eiland loopt. Als we willen kunnen we de saunahut gebruiken. Maria zal ervoor zorgen dat de koelkast in het paviljoen gevuld is en dat hier tevens onze lunches en diners op gezette tijden klaarstaan. En dan is hij weg en blijven wij letterlijk in stilte achter.


Onheilspellend en intimiderend
Het eerste dat we doen is onze telefoons checken om te kijken of we hier bereik hebben. Dat hebben we, constateren we haast teleurgesteld. Maar een date met Moeder Natuur is er een waar wifi een ongewenste gast is, dus besluiten we resoluut om onze telefoons op de vliegtuigstand te zetten. Voor 72 uur moet dat toch zeker lukken. Het omzetten van de knop geeft een bevrijdend gevoel, als een machtige overwinning. Dan gaan we op zoek naar hutje nummer 2 dat we op minder dan vijf minuten lopen, aan de andere kant van het eiland vinden. Bovenop een rots, direct aan de rand van het eiland, aan de kant waar de zon opkomt. We besluiten om af te wisselen, zodat we beiden de verschillende plekken kunnen ervaren. Ook spreken we af om zoveel mogelijk op onszelf te zijn. Behalve met het eten en voor het maken van foto’s uiteraard. Die middag brengen we door met lezen en tukken want we hadden een hele vroege start.
Als ik die avond voor het eerst de kaarsjes aansteek en zittend op de rand van mijn minihuisje langzaam de duisternis in zie vallen en Venus krachtig aan de hemel zie stralen, word ik opgeschrikt door een geluid dat ik nog nooit heb gehoord. Alsof de geesten elkaar roepen en het komt van verschillende kanten. Ik realiseer me hoe onheilspellend nieuwe geluiden kunnen zijn en vooral als er niemand om je heen is waar je het aan kunt vragen. Ik probeer in te schatten hoe ver het geluid van mij vandaan is, niet ver, het komt ergens vanaf het water maar het galmt in de baai. Ik besluit naar bed te gaan. Doe de deurtjes dicht, blaas de kaarsjes uit en duik onder het dekbed. Liggend op mijn rug zie ik hoe de donkerte en de natuur mij insluiten. Nooit eerder heb ik me gerealiseerd hoe intimiderend de totale blootstelling aan ‘buiten’ kan zijn. Thuis doe je automatisch de gordijnen dicht en kruip je lekker in je holletje, niemand die je ziet. Dat is hier écht anders. Je voelt je door duizend ogen begluurd. Twee daarvan zijn er van Klaas Vaak die me in slaap sust.
De volgende ochtend word ik vroeg wakker. In deze tijd van het jaar gaat om vijf uur ’s ochtends het licht al weer aan. Ik besluit mijn deuren wagenwijd open te zetten en kruip dan weer terug onder de dekens. De energie van de natuur wurmt zich naar binnen. Veel gefluit en gefladder, een hoop gekraak vanuit het bos en weer is daar dat eigenaardige dierengeluid dat over het water naar me toe komt.
Als Angelique en ik elkaar die ochtend in het paviljoen weer tegenkomen voor het ontbijt, delen we onze ervaringen die behoorlijk overeenkomen. Aan Maria die voor haar huis aan het scharrelen is vragen we wat dat vreemde dierengeluid toch is. Het blijkt om de parelduiker te gaan. Een schitterende watervogel die in de paringstijd deze niet te missen roep over het water schalt en die kennelijk ook altijd wordt beantwoord door een partner die een heel stuk verderop kan zitten. Dat verklaart waarom het geluid uit verschillende hoeken kwam. Voor wie nu echt nieuwsgierig is, zoekt zowel de vogel als de roep op het internet op.

Droomtijd
Al na de eerste dag merken we hoe snel we in staat zijn om het ritme van de natuur op te pakken. Als makers van Salt is dat misschien ook niet zo verwonderlijk. Zonder een leven buiten zouden wij Salt nooit kunnen maken. Maar ondanks dat onze levens niet te vergelijken zijn met de vijf proefpersonen zijn ook wij ‘van deze tijd’ waarin alles sneller gaat. De wetenschap dat we in deze 72 uur totaal onbereikbaar zijn, geeft echter ruimte. Er zijn slechts twee momenten op de dag die ons aan de tijd herinneren, en dat is ’s ochtends om negen uur en ’s avonds om zes uur wanneer de klok van de kerk aan de overkant luidt. Daartussenin zit niets anders dan droomtijd en is alleen de hartslag van de natuur hoor- en voelbaar. En wij bewegen gewoon mee, alles langzaam. Van het omslaan van een pagina in het boek tot en met het maken van een peddelslag in het water en het wegsnijden van een stuk hout op mijn lepel in spe. Als een monnik schuifel ik over het wandelpad, schrijd ik het water in en zelfs het oppakken van een glas wijn (ja, dat krijg je er ’s avonds gewoon bij) lijkt in slow motion te gaan. Ook met de nachten raken we vertrouwd en omdat ze kraakhelder zijn, zijn ze letterlijk schitterend.

Maar ook aan droomtijd komt een eind. Hoe langzaam de klok ook tikt, die 72 uur gaan gewoon voorbij. Sterker nog, ze zijn voorbij gevlogen. Tijd blijft in dat opzicht een bizar fenomeen. Als Staffan na drie dagen onze tassen weer komt ophalen en ons samen met Maria, uiteraard na een afsluitende fika in de tuin, terug naar het boothuis begeleidt, worden wij niet opgewacht door onderzoekers en artsen die het resultaat van ons bosbad willen meten. Is ook niet nodig. Na deze eerste grondige poetsbeurt van Moeder Natuur glimmen we al aan alle kanten. Terug op het vasteland is het even zoeken naar onze mobieltjes. De vliegtuigstand gaat eraf, gevolgd door heel veel piepjes. Maar het doet ons niets, voor zolang het duurt uiteraard.


Over The Pilgrimsleden
Geheel opgefrist stappen we in de auto en mengen we ons weer in het gewone leven waar we mensen tegenkomen en we ook weer op moeten passen in het verkeer, hoewel dat in Dalsland nog reuze meevalt. We zijn op weg naar onze tweede ‘wasbeurt’, een trekking over de Pilgrimsleden, een pelgrimspad waar je over een lengte van 100 km, van Vänersborg naar de kerk in Edsleskog, in de voetsporen kunt treden van Middeleeuwse bedevaartgangers. De oorspronkelijke route voerde zelfs helemaal naar Trondheim in Noorwegen.
Het eerste deel van het pad, tot aan Upperud, loopt grotendeels over verharde wegen die je naar zeven Middeleeuwse kerken leiden waar de bedevaartgangers het ‘heilige’ konden ervaren. Dat deel nemen we voor kennisgeving aan. Vanaf Upperud verandert de route echter in een pad door de wildernis, ruim 40 km lang tot aan Edsleskog en slaap je twee nachten in een van de hutten die hier midden in de natuur staan. Dat is het deel waarvoor we zijn gekomen.
Het kost ons slechts een half uurtje om vanaf Henriksholm naar ons startpunt in Upperud, te komen: Upperud 9:9, een honderd jaar oude graansilo die verbouwd is tot een designhotel slash herberg. Achter de toog staat Kerstin die zowel met haar persoonlijkheid als met haar liefdevolle keuken voor een warm onthaal zorgt. In de oude silo zit nu een café-restaurant en in de voormalige graanschuur zijn vijf appartementen gebouwd, die elk ruimte bieden aan vier personen en opvallen door hun smaakvolle inrichting die niet zou misstaan in elk willekeurig woonmagazine. Upperud 9:9 is het ideale vertrekpunt voor je trektocht. Binnen een kwartier sta je op de route.


Back to basic
Na een nachtje in de herberg hebben we de volgende dag een slow start voor ons eerste traject. We nemen de tijd om onze rugzakken (45 en 55 liter) goed in te delen. We weten dat we de komende drie dagen niets tegenkomen, dus alles dat we nodig hebben moeten we zelf meenemen. We besluiten de tent in de auto te laten liggen, slapen kunnen we in de Zweedse hutten die her en der langs de route staan. Van Kerstin hebben we eten meegekregen voor drie dagen, water halen we uit de meren en beken, we hebben extra snacks, koffie en thee, lucifers en een Kelly Kettle om onderweg water te kunnen koken. Verder voldoende kledinglaagjes om weersveranderingen op te kunnen vangen, een tekentang (!), tandpasta, tandenborstel, een extra paar sokken, hoofdlamp, matje en slaapzak. Dat is het wel zo ongeveer. Back to basic, alles wat je meer meeneemt moet je immers ook dragen.
We worden door Kerstin uitgezwaaid en gaan op pad. Bordjes en oranje stippen zullen ons de weg wijzen. Het onderhoud van de route is in handen van verschillende landeigenaren en gaandeweg komen we erachter dat de een dit beter bijhoudt dan de ander. Daarnaast zijn er her en der, met name op de rotsvlaktes, zogenaamde ‘steenmannetjes’ geplaatst die de route markeren. Al met al is de route goed te volgen en lopen we slechts één keer verkeerd en die ‘fout’ kost ons 20 minuten extra. Maar who cares?


Room with a view
Tijdens de drie wandeldagen worden puur natuurschoon, glooiende singletracks, af en toe een flinke kuitenbijter, geweldige vergezichten, velden vol met lupines, plonsen in meren, kampvuurtjes en stilte als een parelketting aaneengeregen. De hutten, zes stuks in totaal tussen Upperud en Edsleskog, worden goed aangegeven en is óf een typische Zweedse hut op palen die aan de voorkant open is, óf een tipi-achtig bouwwerkje, rondom dicht, met binnenin een vuurplaats. Vrijwel alle hutten, op een na, liggen direct aan een meer. Behalve dat de uitzichten hier geweldig zijn, is het water ook heerlijk om in te baden, om mee te koken en om je flessen mee te vullen. Ti’s wel even wennen aan het feit dat het water hier zo schoon is dat je het direct kunt drinken. Vertrouw je het desondanks niet, kook het dan eerst of neem een waterfilter mee.
De totale lengte van onze driedaagse tocht verdelen we in trajecten van ongeveer 10, 20 en 12 km op de laatste dag. Dag twee is de langste en tevens de zwaarste, ook omdat er wel de nodige klimmetjes in voorkomen. Maar nergens is het pad gevaarlijk of onmogelijk. Voor iedereen met wandelzin en een redelijke conditie is dit pad een feest en een geweldig avontuur. En je bent praktisch alleen, met name omdat Pilgrimsleden Dalsland nog niet zo bekend is bij het grote publiek. Alleen de parelduiker die ook hier ’s ochtends en ’s avonds begint ‘janken’ om een partner, zorgt voor een indringend geluid.

Priester Nils
Op de derde en laatste dag lopen we de bewoonde wereld weer in (Wifi is op de route beperkt) en kloppen we aan bij de Nederlander Johan Postma die tien jaar geleden zijn familie oppakte om in Zweden te gaan wonen en sindsdien samen met zijn vrouw Edsleskogs Wärdshus runt. En dat doet de man met een aanstekelijk en niet te stuiten enthousiasme. Als een soort wandelende VVV-zuil en spraakwaterval vertelt hij over de geschiedenis van de pelgrimsroute waarvoor je een flink stap terug, naar het jaar 1220, moet zetten. Toen stond er in Edsleskog, niet meer dan een gehucht, een bescheiden kerk waar priester Nils elke zondag de gelovigen toesprak. Op een dag stond de priester net op het punt de kerk af te sluiten, toen twee stomdronken lieden, die de dienst hadden gemist, hem op de trappen van de kerk smeekten om de preek nog één keer te houden. De priester liet echter weten hier geen tijd voor te hebben, hij was op weg was naar een zieke en vertrok. De dronkaards lieten dit echter niet op zich zitten en zette de achtervolging in. Halverwege rukten ze zijn mantel en hoed af waardoor de priester zich genoodzaakt voelde terug te keren naar de kerk. Maar honderd meter voor de kerk werd de man hard op zijn hoofd geslagen en viel dood neer.
In de jaren voor deze moord was Edsleskog al een trefpunt van handelswegen en het pelgrimspad zoals we dat nu kennen liep toen al door het dorp. Op de plaats waar Priester Nils’ lichaam was gevonden zagen pelgrims de volgende dagen water uit de grond op komen borrelen. Toen zij vermoeid en dorstig het water dronken, merkten sommigen dat zij weer beter konden zien. Kreupelen konden weer beter lopen en iedereen voelde zich algeheel beter. Eenmaal aangekomen bij Aartsbisschop Olaf in Nidaros (tegenwoordig Trondheim) vertelden de pelgrims over het water dat heilzame krachten leek te bezitten. Toen de aartsbisschop dit te horen kreeg snelde hij in het jaar 1221 naar Edsleskog om deze bron met eigen ogen te aanschouwen. Later dat jaar werd priester Nils door hem heilig verklaard en werd hij vanaf toen Sankt Nicolai genoemd. De waterbron werd omgedoopt tot Sankt Nicoali´s källa (de bron van Sint Nicolaas) en de aartsbisschop voorzag Edsleskog van een voor die tijd ongekend, grote kerk, de kathedraal van Edsleskog. In de loop der eeuwen is deze houten kerk verschillende keren door een brand verwoest en weer opgebouwd. De laatste versie van de kerk is een witte stenen kerk die vandaag de dag aan de andere kant van de doorgaande weg aan de rand van het dorp staat. Ook de bron is nog te vinden.

Met een door Johan zelfgestookte gin en later ook nog een huisgemaakte calvados, spoelen we zijn verhalen weg. Als laatste stappen we in Canadese kano voor een tocht over het meer dat zich voor de deur van Edsleskogs Wärdshus kilometers uitstrekt. We realiseren ons dat de week in de ‘wasstraat’ van Moeder Natuur erop zit.
De volgende dag haalt Kerstin van Upperüd 9:9 ons weer op en brengt ons terug naar de herberg waar onze auto staat geparkeerd. Op de luchthaven van Gothenburg gaat de vliegtuigstand van onze mobieltjes er weer op, we zijn weer onbereikbaar. Met de talloze foto’s houden we de week nog even springlevend.

Over Dalsland
Dalsland is de kleinste provincie van West-Zweden dat verder uit het populaire Bohuslän en Västergötland bestaat. Maar ondanks dat Dalsland de ‘peuter’ is, puilt het uit van de natuur met dichtbegroeide wouden, uitgestrekte bossen en ontelbare meren. Wildernis pur sang en een mekka voor peddelfans, hikers, bikers, trekkers en vissers. dalsland.com

Info Box
westsweden.com: zoek op 72h cabin en pilgrimsleden Dalsland voor meer informatie over de twee afzonderlijke avonturen.
upperud.se
edsleskogswardshus.se

Wait for it...