Best of 2018 - Wandelfeest in de wildernis

afkomstig uit Salt #70 (winter 2019)

Sommige dingen moet je gewoon een keer in je leven gedaan hebben. Zoals de Fjällräven Classic, een 110 kilometer trektocht over de Kungsleden (Koningspad) in Zweeds Lapland. Redacteur Ard Krikke nam deel en probeerde het succes van het meerdaagse wandelfeest te doorgronden.


Enigszins verbaasd staar ik naar mijn rugzak die voor me aan de weegschaalhaak bungelt. De bibberende naald wijst ruim achttien kilo aan. Volgens Johanna Ankarloo is dit minstens drie kilo te zwaar. “Misschien moet je wat minder eten meenemen”, adviseert ze lachend. “Onderweg komen we nog genoeg hutten tegen waar je proviand kunt inslaan.” Ik besluit om haar advies op te volgen en zes pakken gevriesdroogd voer bij de inschrijftent van de organisatie achter te laten. Johanna – blond haar, blauwe ogen, vrolijk, topfit – is een van de gidsen die de komende dagen een oogje in het zeil zal houden. Verspreid over het hele traject lopen namelijk trail guides van de organisatie rond bij wie deelnemers aan de Fjällräven Classic kunnen aanklampen als ze hulp nodig hebben. Ze zijn te herkennen aan een oranje vlag die boven hun rugzak uitsteekt. Een veilig gevoel. Zeker als je bedenkt dat het gros van de tweeduizend deelnemers (afkomstig uit 45 landen) nog nooit eerder op eigen houtje door een onherbergzame wildernis is getrokken. Ook voor mij is het de eerste keer dat ik met een tot de nok toe gevulde rugzak dagenlang van de radar verdwijn. Ook ik heb nog nooit schoon drinkwater uit een snelstromend rivier getapt, mijn tentje vrij in de natuur opgezet of mijn poep onder een stapel stenen bedolven. Dit is precies de reden waarom ik op deze druiligere augustusdag in Nikkaluokta, een gehucht in Zweeds Lapland op zo’n 250 kilometer boven de poolcirkel, sta te trappelen om mee te doen aan deze meerdaagse trektocht. Niet alleen om op de Kungsleden, een van de mooiste wandelroutes van Scandinavië, van het onwaarschijnlijke mooie natuurgeweld te genieten. Maar ook omdat de 110 kilometer lange monstertocht tot in de puntjes georganiseerd is, waardoor ik met hikers uit alle windstreken van de wereld maximaal kan genieten van een onvergetelijk wandelfeest.

Zwerven door Zweden
De Fjällräven Classic werd ooit verzonnen door Åke Nordin (1936-2013), de oprichter van het gelijknamige outdoormerk. Tijdens zijn leven zag hij met lede ogen toe hoe steeds meer Zweden van de natuur verwijderd raakten. In een poging om deze band weer te herstellen, begon hij in de jaren ’70 met het organiseren van wandeltochten in natuurgebieden. Deze tochten mondden in 2005 uit in de Fjällräven Classic: een meerdaagse trekking van Nikkaluokta naar Abisko, over een deel van de 425 kilometer lange Kungsleden, ook wel The Kings Trail genoemd. Het Koningspad werd eind 19e eeuw tussen Abisko in het noorden en Hemavan in het zuiden uit de toendragrond gestampt omdat het Svenska Turist Föreningen toeristen naar het dunbevolkte Lapland wilde lokken. Ruim honderd jaar later ‘jaagde’ Åke de eerste deelnemers aan zijn Fjällräven Classic over deze waanzinnige mooie wandelroute heen. Onderweg moesten ze wel zelf hun potje koken en mochten ze naar goed Scandinavisch gebruik (het allemansrecht) overal hun tentje opzetten.
Om de zelfvoorzienende zwerftocht ook voor een breed wandelpubliek toegankelijk te maken, bouwde hij een aantal ‘veiligheidsmaatregelen’ in die tot op de dag van vandaag werken. Van rondlopende gidsen die een satelliettelefoon op zak hebben (en dus een evacuatiehelikopter kunnen oproepen) tot en met controleposten waar altijd eten, drinken, gasblikjes, eerste hulp en een vriendelijk gezicht voorhanden zijn. De eerste editie was een bescheiden succes: 160 wandelaars deden mee, waarvan 152 de finish haalden. Tien jaar later haalden al ruim 2100 mensen de eindstreep. Tegenwoordig sluit de inschrijving als de teller op 2000 deelnemers staat; het gevoel van zwerven mag niet in gevaar komen. Dit is dan ook de reden waarom de organisatie het startveld over meerdere dagen verspreid. Hierdoor krijg je als wandelaar nooit het idee dat je in een langgerekte optocht door de bergen sjokt. Ik hoef me sowieso geen zorgen over mogelijk gedrang te maken; ik start op de eerste dag in de allereerste groep.


De koning te rijk
Zodra ik op pad ben, begint mijn hart sneller te kloppen. Niet alleen omdat het met stenen bezaaide geitenpad de eerste twee wandeldagen gestaag omhoog loopt, maar ook omdat zich voor mijn ogen een onwerkelijk mooi landschap ontvouwt. Gedrongen berkenbossen verlicht door felle regenbogen. Oeroude bergtoppen met mooi klinkende knäckebröd-namen als Kebnekaise, Sinjitjåkka en Tjäktjatjåkka. Hollende rendieren in de verte. Diepe meren die wolkenluchten weerspiegelen. Velden vol kruipbramen (hjortron) en wuivende plukken wollegras (tuvull). Met dit laatste vulden de Sami, rondtrekkende rendierhoeders en oorspronkelijke bewoners van dit gebied, ooit hun kussens. Maar vooral: overvloedige rust en ruimte. Ieder geluid wordt opgeslurpt door de oneindige leegte. Vooral ’s avonds is het land akelig stil. Hier geen herrie van auto's, treinen of vliegtuigen. Hooguit het suizen van het bloed in mijn eigen oren – met name als ik op de derde wandeldag de Tjäktja-pas beklim, met 1130 meter het hoogste punt van de hike. Bovenop de top blijken wind en regen geduchte tegenstanders te zijn, ook in augustus. IJzige stormvlagen en hevige slagregens spannen samen om mij en andere verkleumde wandelaars omver te blazen. Dankzij mijn wind- en waterdichte outfit bied ik de weergoden echter moeiteloos het hoofd. Ik buffel verder en geniet tijdens de afdaling richting Alesjaure met volle teugen van het onstuimige natuurgeweld. Echt tijd om rustig van mijn overwinning te genieten heb ik niet. Grote steenklompen, zompige velden vol mossen en smalle vlonderpaden zorgen er voor dat ik mijn ogen constant op de ‘weg’ moet houden. Een misstap kan hier een verstuikte enkel of erger betekenen. Zorgvuldig plant ik mijn wandelstokken beurtelings in de drassige toendra. Links, rechts, links, rechts. Echt stoer ziet het er niet uit, maar de handige hulpstukken voorkomen een paar keer dat ik onderuitga. Gelukkig heb ik zeeën van tijd: in totaal mag ik zeven dagen over de hele tocht doen. Ik reken op vijf. Omdat ik niet als een poolvos naar de eindstreep wil rennen, dwing ik mezelf om regelmatig even uit te puffen. Zittend op afgesleten rotsplateaus probeer ik de peilloze ongereptheid in me op te nemen. Ondertussen werk ik stukken gedroogd rendiervlees naar binnen of knabbel ik aan een cracker met smeerkaas. Ook de gevriesdroogde maaltijden, van pasta bolognese tot en met chili con carne, gaan erin als koek. Water uit de rivier halen, koken, in het zakje doen, twee minuten wachten en klaar is Kees. Superlekker is het niet, wel voedzaam. Omdat honger niet alle rauwe bonen zoet maakt, ‘smokkel’ ik ook af en toe, en haal ik een vette burger of een colaatje in een van de berghutten die ik onderweg tegenkom. Onbetaalbaar lekker.


Nooit meer slapen
Overdreven mooi is ook het zachte avondrood dat bijna iedere avond als een toneeldoek voor de kale bergen schuift. Het gouden uur verandert bij helder weer in een gouden nacht. Alsof schemer en zonsopgang samensmelten. Een soort sluier van behaaglijkheid drapeert zich de vierde nacht aan de voet van de Kieron (1.543 meter), ook al zakt de temperatuur ver onder het vriespunt. Terwijl ik in mijn tentje lig en diep weggedoken in mijn slaapzak de aanhoudende schemering probeer te negeren, dwalen mijn gedachten af naar ‘Nooit meer slapen’, een van mijn favoriete boeken. In de autobiografische roman uit 1966 beschrijft W.F. Hermans hoe Alfred Issen, een wereldvreemde geologiestudent, zichzelf tijdens een wetenschappelijke expeditie in (Noors) Lapland staande probeert te houden in de desolate bergen. Naarmate hij langer door het lege landschap doolt, bekruipt Alfred het gevoel dat de natuur hem een loer probeert te draaien. Langzaam maar zeker wordt hij knettergek van de hordes muggen, de eindeloze nachten en de uitgestrekte eenzaamheid. Tot overmaat van ramp breekt een van zijn expeditiegenoten door een ongelukkig val zijn nek. Hierdoor moet de jonge onderzoeker zich dagenlang in zijn uppie zien te redden. Gelukkig ervaar ik precies het tegenovergestelde. De herrie in mijn hoofd verstomt juist naarmate de dagen vorderen. Ik merk dat ik het heerlijk vind om de beschaving achter me te laten en me over te leveren aan de grillen van Moeder Natuur. Ook op mezelf aangewezen zijn gaat me wonderbaarlijk goed af: meer dan een goed gevulde rugzak met eten, drinken, kookgerei, slaapspullen en een tent heb ik niet nodig. Wat me eveneens een goed gevoel geeft, is dat ik in geval van nood, in tegenstelling Alfred, wel kan terugvallen op deskundige hulp. Hierdoor is iedere dag voor mij een onvergetelijk wandelfeestje.

Wandelfeest
Het laatste deel van de route loopt door Abisko National Park. Rotshellingen maken weer plaats voor berkenbossen. Op een kilometer of vijf voor de finish krijg ik de woest kolkende Abiskojakka-rivier in het vizier. Ik herken het wilde water van een scène uit ‘Midnattssol’ (‘Midnight Sun’), een spannende moordserie op Netflix die zich afspeelt in Zweeds Lapland. Flarden livemuziek banen zich een weg door de bomen omhoog. Ik ruik de stal en neem onwillekeurig grotere passen. Het onherroepelijke einde van mijn wandelavontuur komt in zicht. Als ik in Abisko onder de finishpoort doorloop, wil ik het liefst omdraaien en de wonderschone wildernis weer in mijn armen sluiten. Het applaudisserende publiek, de sappige rendierburgers die op de barbecue liggen te garen en de grote pullen vol bier brengen me snel op andere gedachten. In de warme ‘Trekkers Inn’ loop ik Johanna weer tegen het lijf. Ze ziet er nog frisser uit dan vijf dagen geleden. Terwijl ik met haar en andere deelnemers op de goede afloop proost, smeed ik in mijn hoofd alweer plannen om volgend jaar terug te komen.




Meedoen aan de Fjällräven Classic

Lengte: 110 kilometer

Geschikt voor: iedereen met een goede wandelconditie en een beetje kampeerervaring kan in principe aan de Fjällräven Classic meedoen.

Zwaarte: dik 100 kilometer door een ruig landschap lopen lijkt op papier veel. In de praktijk heb je echter 7 dagen de tijd om de afstand van Nikkaluokta naar Abisko te overbruggen. De meeste wandelaars doen er 5 dagen over. Dat is omgerekend zo’n 22 kilometer per dag. De route zelf is makkelijk te volgen: het pad kronkelt duidelijk zichtbaar door het landschap en overal staan bordjes. Pas als je urenlang geen andere hikers bent tegengekomen, weet je dat je ergens de mist in bent gegaan. Wat de tocht met name zwaar maakt, is het met stenen bezaaide pad – door ervaren deelnemers gekscherend ‘The Rocky Horror Show’ genoemd. Omdat je constant je aandacht op de ‘weg’ moet houden, kun je al lopend nooit eens lekker rustig om je heen kijken. Vermoeiend dus.

Voorbereiding: zorg dat je je wandelschoenen, het liefst serieuze bergschoenen (stevig, hoog, waterdicht, dikke zool), extreem goed hebt ingelopen! Doe je dit niet, dan zijn blaren gegarandeerd het gevolg. Daarnaast is lopen met een zware rugzak (maximaal 15 kilo is het advies) compleet anders dan met een lichte dagrugzak op pad gaan. Zo heb ik ter voorbereiding een stuk of twintig wandelingen (van 5 tot 20 kilometer) met een tot de nok toe gevulde rugzak gemaakt. Zowel verhard als onverhard. Om aan het gewicht te wennen, propte ik mijn ‘hutkoffer’ (70 liter) vol met boeken, handdoeken en flessen water.

Weer en kleding: een setje goede kleding is onontbeerlijk in Zweeds Lapland. Zelfs in hartje zomer kan het hier spoken. Zo heb ik van een lekker zomerzonnetje (korte broek, T-shirt) tot ijskoude regen en stormwinden (thermokleren, regenkleding, handschoenen, muts) meegemaakt. Waterdichte, winddichte en ademende kleding is een absolute must! Check ook of je rugzak waterdicht is. Verdeel je spullen sowieso over dry bags en trek een extra regenhoes over je rugzak heen.
Kampeerspullen: omdat de Fjällräven Classic een zelfvoorzienende tocht is, moet je al je kampeerspullen zelf meeslepen. Van tent, slaapzak en matje tot brandertje borden en bestek. Kies voor lichte, handzame spullen en probeer ze van tevoren uit! Als je met zijn tweeën (of meer) meedoet, kun je een aantal spullen (haringen tentstokken, gasflesjes) over meerdere rugzakken verdelen.

Inschrijven: in 2019 vindt de FJC van 9 t/m 16 augustus plaats. Vanaf 14 januari (10 uur) kun je je via classic.fjallraven.com/sweden inschrijven. Ticketprijzen vanaf zo’n 225 euro. Vis je achter het net? Via het forum op de site worden vaak nog last minute kaartjes aangeboden. Bij FAQ vind je ook een schat aan informatie over wat je ter plekke allemaal kunt verwachten.

Andere Fjällräven Classics: USA (zomer 2019), Denemarken (3-6 juni 2019).


Wait for it...