Rennen om een plekje

Ruim een eeuw geleden alleen was kamperen alleen weggelegd voor de welgestelde elite uit de stad. Leden van de in 1912 opgerichte Nederlandse Toeristen Kampeer Club bestonden dan ook uitsluitend uit keurige jonge heren die er met de fiets, later met de auto, op uittrokken. In het wild kamperen was ten strengste verboden. Alleen na toestemming van een landeigenaar, die vaak ook een bewijs van goed gedrag vereiste, was het toegestaan om buiten een matje uit te rollen.

Hier kwam in 1914 met de komst van Camping Bakkum, de allereerste kampeerplek van Nederland, verandering in. Voor 1 gulden mocht je twee weken lang in de buitenlucht slapen. In de decennia die volgden werd de ‘kampeersport’, mede door de toename van vrije dagen, steeds populairder. Een systeem van kampeerpaspoorten, kampeermentoren en kampeerkaarten moest ervoor zorgen dat kamperen niet ontaardde in landloperij. Pas eind jaren ’60 werd deze betutteling definitief overboord gegooid.

Dit is de start van de vreemdste veldloop die Nederland kent en met atletiek niets te maken heeft. Wel met kamperen. Het is een beeld uit een Polygoon Journaal van 1951 waarin de mensen om het hardst rennen om een plaats te veroveren op de camping waar ze die zomer graag letterlijk hun tenten wilden opslaan. In die tijd was kamperen enkel weggelegd voor de welgestelde elite uit de grote stad. Dat is nu wel anders, hoewel de run die er momenteel op de Nederlandse kampeerterreinen wel wat weg heeft van die tijd. Check dit hilarische tijdsbeeld.

Wait for it...