ODE AAN het Dalahäst

Al in de 16e eeuw hielden bosarbeiders zich in hun blokhutten rond het stadje Mora in de Zweedse regio Dalarna bezig met het snijden van paardjes uit resthout, om de tijd op de lange, donkere winteravonden in het bos te doden. Niemand kon vermoeden dat het houten paard zou uitgroeien tot een wereldwijde bestseller en hét icoon van Zweden.

Het is een komen en gaan van toeristen die in Nüsnas in de Dalahäster fabriek van de broers Nils en Jannes Olsson een uniek exemplaar van het Dala-paardje komen kopen. Het is het meest verkochte souvenir van Zweden, en jaarlijks verlaten hier maar liefst 120.000 paardjes de fabriek die nog altijd grotendeels met de hand worden gemaakt. Maar niet alleen toeristen, ook de Zweden zelf zijn grootafnemers. Zo worden paardjes vaak cadeau gedaan, bijvoorbeeld bij de doop van een kind, een huwelijk of als relatiegeschenk. Ook worden ze als trofee bij prijsuitreikingen ingezet. Maar hoe heeft het paardje het zover weten te schoppen?

In Zweden was het paard in de tijd dat er nog geen bosbouwmachines bestonden een onmisbare hulp voor de boswerkers. Werkzaamheden die vooral in de winter plaatsvonden omdat de sneeuw een glijbaan vormde voor het verslepen van de loodzware stammen. Nadeel waren de korte dagen en de ellelange nachten. Het resthout bood soelaas; met het snijden van paardjes uit het dennenhout tikten ze de uurtjes lekker weg. Eerst bedoeld als speelgoed voor hun kinderen maar van lieverlee, toen handwerkers in 18e eeuw begonnen met het beschilderen ervan, veranderde het paardje in decoratie voor thuis. Vanaf dat moment begon het Dalahäst (häst is paard) te hollen, en begonnen ook winkels in de buurt met de verkoop van de houten viervoeters die door dorpelingen werden gemaakt. Waaronder de broers Jannes en Nils Olsson, toen respectievelijk 13 en 15 jaar oud, die na schooltijd zoveel mogelijk paardjes sneden om de huishoudpot te spekken. Om wat meer vaart achter de productie te zetten, sloten de twee jonge ondernemers – tegen de zin van hun moeder – een fikse lening af van 400 SEK (bijna 40 euro) waarmee ze een lintzaag kochten. De eerste stap van hun glansrijke ondernemerschap was gezet en in 1928 werd de Dalahäst fabriek in het Zweedse plaatsje Nusnäs, een dorpje aan de oevers van het Siljanmeer, een feit.

In het begin was het Dalahäst houtsnijwerk alleen een symbool van Dalarna, vandaar ook de naam Dala-paard, maar op de Wereldtentoonstelling van 1939 in New York sprong het houten paard in één klap naar wereldbekendheid, en veranderde de lokale snuisterij in hét symbool voor heel Zweden. Dankzij de geniale inval van de Zweedse tentoonstellingsarchitect die bedacht dat een knoeperd van een houten Dalahäst paard, van bijna drie meter hoog, de perfecte blikvanger voor het Zweedse paviljoen zou vormen. Hij sloeg de spijker op zijn kop.

Terug naar Nüsnas, waar de dagelijkse werkzaamheden van de fabriek inmiddels door Gun, de dochter van Jannes, worden gedaan. Waaronder het rondleiden van de toeristen. In de loop der jaren heeft het rode paardje – de meest bekende en ook populaire kleur – heel wat nakomelingen gekregen. “Het schilderwerk staat bekend als krusmålning”, vertelt Gun. “Het aanbrengen van dit fijne, kleurrijke siermotief lijkt sterk op kurbits, een artistieke schilderstijl waar met lichte penseelstreken onder meer bloemen op met name meubels en wandtapijten, worden aangebracht. In de fabriek werken dagelijks vijf lokale, handvaste kunstenaars aan deze serieuze taak.”

En de broers? Nils overleed in 1992, gevolgd door Jannes in 1993. Maar hun geest waart nog altijd rond in de kleine fabriek die op zichzelf al cultureel erfgoed genoemd kan worden.



Zelf een Dala-paardje snijden?
Bestel dan de Woodcarving Kit in de Salt Shop

Dit verhaal komt uit Salt #81 - Herfst 2021

Wait for it...